Gepubliceerde teksten en bibliografie

Aanbod van gepubliceerde teksten

Zie onder  enkele basisteksten als sneuvelteksten!

Copyright ©2005 Fons Verhoelst

Crisis en gezond leven

Het geheimverhaal van de mens

Zin en gezond leven

Het gesprek en activerende passiviteit

Psychotherapeut en doceren

De hier onder onderlijnde gedoceerde cursussen aanklikken om de tekst in te kijken

Graag uw reacties op deze teksten en indien u ze navertelt of citeert graag een vermelding!

Bibliografie

Verhoelst,F., Rapport “Teledienst – examen” voor studenten,

Coördinatiecomité Gezondheidszorg K.U.Leuven 1968

Verhoelst,F., De verbale activiteit van de psychotherapeut in     psychoanalytische Psychotherapie,

Niet gepubliceerde licentiaatverhandeling o.l.v. Prof. Dr. R. Pierloot, K.U.Leuven, 1972.

Verhoelst, F., De Psychiatrische kliniek, de revalidatie en de klinisch psycholoog. Leuvens Bulletin LAPP 21 (1971) 4, p. 150.

Verhoelst, F., Verslag aangeboden tot het bekomen van het certificaat van specialisatie in de psychoanalytische Psychotherapie,

o.l.v. Prof. Dr. R. Pierloot en Dr. F. Geerts,

Faculteit der psychologie en pedagogische wetenschappen,

K.U.Leuven, 1973

Verhoelst, F., Indicatiestelling voor psychotherapie,

Wetenschappelijke Tijdingen (M.C.H. Leuven), 18 (1975), 137 – 145.

Verhoelst, F., Het gesprek huisarts – bejaarde.

HANU, 5 (1976) , 96 – 99.

Verhoelst, F., Gespreksbegeleiding van chronische patiënten.

Wetenschappelijke Tijdingen (M.C.H. Leuven), 34 (1977) , 4 – 22

Verhoelst, F., Individuele gesprekstherapie.

In Bijscholing Psychiatrie, Leuvense dagen voor huisartsen,

Academisch centrum voor huisartsgeneeskunde, K.U.Leuven, 1977.

Verhoelst, F., “Family Medicine”, Wetenschappelijke Tijdingen

(M.C.H. Leuven), 47 (1978), 167 – 178.

Verhoelst, F., Psychische aspecten van revalidatie.

In Werkverlet en arbeidsongeschiktheid,

Rapport Leuvens Dagen voor Huisartsen, Academisch Centrum voor Huisartsgeneeskunde, K.U.Leuven, 1978.

Verhoelst, F., en Dr. De Smet, R., Huisarts – Gezinsarts,

Wetenschappelijke Tijdingen (M.C.H. Leuven), 56 (1979), 152 – 193.

Verhoelst, F., De betekenis van het bejaard worden.

In Geriatrie Leuvense dagen voor Huisartsen, Academisch centrum voor huisartsgeneeskunde, K.U.Leuven, 1979.

Verhoelst, F., en Dr. M. Van Pelt, Arbeidsongeschiktheid – Schoolongeschiktheid, Huisarts en Revalidatie. Wetenschappelijke Tijdingen, (MCH Leuven), 62 (1979), 380 – 395.

Verhoelst, F., Het mindervalide kind in zijn relatieleven.

In Congresboek van de Nationale Federatie van revalidatiecentra,

Brussel, 1979.

Verhoelst, F., en Dr. R. De Smet, Huisarts – Gezinsarts,

HANU, 8 (1979), 7, 160 -174.

(Prijs voor het beste HANU-artikel 1979)

Verhoelst, F., Het omgaan van de mindervalide met anderen en met de hulpverleners in ’t bijzonder. Universiteit en gehandicapten, K.U.Leuven, 1981, p. 90 – 91.

Verhoelst, F., Werkonbekwaamheid en Invaliditeit, Psychische aspecten van revalidatie.

In Rapport Leuvense Dagen voor Huisartsen, Academisch Centrum voor Huisartsgeneeskunde, K.U.Leuven, 1981.

Verhoelst, F., Hulpverlening aan een Depressieve Mens vanuit Hermeneutisch Perspectief.

In Beer, R. en Mulders. H.S.F., (red.): Psychologische benaderingswijzen van depressie. Lisse, Swets en Zeitlinger, 1983, p. 167 – 180.

Verhoelst, F., Psychiatrie…een taboe! Ook voor de familie?

Similes, Heverlee 3 (1984), p. 3 – 7.

en Oostland, Eeklo, 13 (1984) 2, p. 2 – 3.

Verhoelst, F., Leef met gezond verstand.

In Gezondheid in en om mij heen.

Ochtendseminarie K.A.V. Brussel (1984) nr. 84/8/3.

Verhoelst, F., Afscheid nemen in het leven.

Over gezond en wel leven, over levenscrisis.

Similes, Heverlee 2 (1985) p.2 -12.

Verhoelst, F., Leef met gezond verstand

In Start in het leven, Tijdschrift Moeder en Kindzorg KAV,

september 1985 p.12 -15

Verhoelst, F., Psychologische indicatiestelling : “Een procesbegeleiding bij de cliënt”.

In Ponjaert, I. En Vertommen, H., (edr.) Therapie-gerichte diagnostiek.

Leuven, Acco, 1985, p. 291 – 305.

Verhoelst, F., Evolutie in de gezondheids – en welzijnszorg en de revalidatie.

In het congresboek van de Vlaamse Federatie van Psychiatrische Revalidatiecentra, Oostmalle, 1985.

Verhoelst, F., Gezond leven, leven met gezond verstand.

Facultatief, Turnhout, 13 (1985) 50, p. 2 – 6

13 (1985) 51, p. 1 – 7

13 (1985) 52, p. 1 – 7

Verhoelst, F., Zelfdoding en menswaardig sterven. Begeleiding van zelfdoding tot menswaardig leven en sterven, een psychologisch en ethisch probleem voor de hulpverleners.

In Congresboek, Ethische aanspreekbaarheid. V.V.I. Leuven, Deel II, p. 114 – 121

Verhoelst, F., Evolutie in de gezondheid – en welzijnszorg en de revalidatie

In congres verslag, Vlaamse Federatie van Psychiatrische Revalidatiecentra

21 maart 1985

Verhoelst, F., Gezond leven en afscheid nemen in de normale levenscrisissen en het gezin als hoeksteen van dit gezond leven.

Wetenschappelijke Tijdingen, M.C.H. Leuven, 1987, p. 185 -191

Verhoelst, F., Gezond leven en afscheid nemen in de normale levenscrisissen

In Mensen Onderweg 9, november 1987, p. 2 – 5

Verhoelst, F., Geslachtelijkheid en seksualiteit, crisis en keuze

Begeleiding van mensen met “seksuele” en met “geslachtelijke” problemen in de algemene klinisch psychologische praktijk.

In I. Ponjaert en al. Psychologen over seksualiteit, Acco, 1988, p. 153 -161

Verhoelst, F., Wanneer lichamelijke ziekte iets zegt over levensproblemen bij het doormaken van de normale levenscrisissen van de mens en zijn gezin.

Wetenschappelijke Tijdingen, M.C.H. Leuven, 1988, p. 259 – 265

Verhoelst, F., Het gezin, hoeksteen van gezond leven.

Wetenschappelijke Tijdingen, M.C.H. Leuven, 1989, p. 33

Verhoelst, F., Gezond leven in een psychiatrisch centrum

In verslagboek Symposium 20 jaar psychiatrische revalidatie in Vlaanderen

27 oktober 1989, p. 51 – 67

Verhoelst, F., De psychologische benadering van een moe mens.

Bijblijven, 7/1991, nr. 7 (reeds op internet te vinden NL)

Verhoelst, F., Wonen: meer dan een dak boven je hoofd.

Interview door Ria Taveirne,

Similes, Heverlee, 17 nr. 71 (1995) 1, p. 11 – 15

Verhoelst, F., “Living healty with severe burn injuries”, congrestekst,

Leuven 1987

Verhoelst, F., Het zal je als ouder maar overkomen

Similes, juni 2000.

Beullens J. en Verhoelst, F., Artsen met Psychische Problemen.

Huisarts Nu 32/3 april 2003 p. 152 – 157

Fons Verhoelst beantwoordt vanuit zijn praktijkervaring vragen over artsen met psychische problemen. Hoe gaan ze ermee om? Welke factoren spelen een rol? Zijn er in dit opzicht verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke huisartsen? En hoe kan een arts zijn probleem het best aanpakken?

Dirk Bulkens en Fons Verhoelst, Over seksualiteit en chronische zieken, in Onder Ons,  448, april 2004 p. 4 – 7

 

 

 

 

 

Interviews (website in opbouw)

Met Menno Ernst , Sociologie o.l.v. Prof. Dr. K. Matthijs en Dhr. T. Vanhove

“Opvattingen bij jongeren vooral rond huwelijk en echtscheiding”.

12-12-2003

Met Wendy van Deurzen en Régine Trouillet, Gezinswetenschappen

“Verschil tussen psychologie en filosofie en filosofische praktijk”

Met Geertje Leflot, Psychologie, Werkvelden in de psychologie.

2-06-02

Met Sandra Kim, medewerking aan eindwerk “Vlekken op het leven – de psychosociale problematiek rond verbranding”, Gent, 1999

Gepubliceerde vragenlijsten

Vragenlijst Gezinstevredenheid  (website in opbouw en uitwerking van deze vragenlijsten volgt)

Gezinsvragenlijsten gezinstevredenheid en gezond leven

Pellenberg 6 september 2004

Drs. Fons Verhoelst Klinisch en Gezondheidspsycholoog, Seksuoloog, filosoof en Psychoanalytisch Psychotherapeut

Gezinsvragenlijsten Gezinstevredenheid en gezond leven

“APGAR”, Tevredenheid over het gezin van herkomst

– Aanpassingskansen

– Partnerschap kansen

– Groei en ontwikkelingskansen

– Affectieve tevredenheid

– Resolutiemogelijkheden

“VOREO”, Tevredenheid over het huidige gezin,(welk de samenlevingsvorm ook is)

– Verzorgingskansen

– Overleg en communicatiekansen

– Ruimte en bewegingskansen

– Expressiekansen

– Onderhoudskansen

“MIGOS”, Tevredenheid over de basiskwaliteiten van het omgaan met elkaar in het huidig samen leven (relatie, gezin, familie, gemeenschap)

– Macht en gezagskansen

– Intimiteit kansen

– Gevoelsexpressie kansen

– Opbouw en ontplooiingskansen

– Seksuele kansen

Relatietevredenheid

– Macht en aanleunen

– Sociaal masker kunnen afleggen

– Samen dromen en plannen maken

– Intieme seksualiteit beleven

Teksten van gedoceerde cursussen  (website in opbouw)       Onderlijnde titel aanklikken om de tekst in te kijken!


 

 

 

 

Gezin en gezond leven (Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen, Brussel)

Gezin en seksualiteit  (Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen, Brussel)

Gezin en professionele hulpverlening: verschillende psychotherapierichtingen en hun invloed op het beroepsmatig helpen van mensen in het algemeen (Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen, Brussel)

Toegepaste Psychologie: de hulpverlener en zijn omgaan met mensen met moeilijkheden (School voor verpleegkundigen,      Leuven)

Psychotherapeutische hulpmethoden, de verschillende psychotherapierichtingen (School voor verpleegkundigen,      Leuven)

Psychopedagogiek ((School voor verpleegkundigen, Leuven)

Psychologie van agressie (Hoger Instituut van de Arbeid, Leuven)

Het onthaal in een ziekenhuis (Hoger Instituut van de Arbeid, Leuven)

Humanisering van de instellingen en van het ziekenhuis, (Vormingscentrum Dr.  Guislain, Hogere Kaderschool) 1989 tot 1999

Aanbreng van de psychologie in de ziekenhuizen, psychologische onderbouw van het klinisch werk (Vormingscentrum Dr.  Guislain, Hogere Kaderschool) 1990 tot 1993

Integrale kwaliteitszorg in het algemeen ziekenhuis (Vormingscentrum Dr.  Guislain, Hogere Kaderschool) 1990 tot 1999

Algemene gezondheidsleer(Vormingscentrum Dr.  Guislain OSP)

Psychische ecologie met o.a. psychologie van wonen en werken (Vormingscentrum Dr.  Guislain OSP)

Bijdragen in kranten en niet gespecialiseerde tijdschriften

– De Standaard, “Gezond leven is zaak van gezond verstand”, 30 augustus 1986.

– De Standaard, “In elke levenscrisis zit een rouwmoment”, 3 december 1990.

– Interview in Artsen Krant, 9, nr.  391, 9, 1988, “Als de vos de passie preekt”.

– De Standaard, “Oef stress is normaal”, 1 september 1990.

Radio en TV uitzendingen

– Radio interview met Siefried Bracke over revalidatie

– Radio interview met Siel Van der Donckt over revalidatie

– TV uitzending op VTM over verliesverwerking

– TV nieuws bijdrage over transseksualiteit

– TV deelname aan het gezondheidsmagazine Mimi, VTM, “Rouw en verliesverwerking”, 26 oktober 1991.

– TV deelname aan de Panorama – uitzending BRTN, “Begeleiding bij zelfdoding”, 20 juni 1991.

Eigen Video opnames van lezingen

– Seksualiteit (voor Jong KAV Diksmuide)

– Seksualiteit (voor Volwassenvorming Leuven)

Boeken in voorbereiding:

– Gezond leven is leven met gezond verstand

– Copingboek: omgaan met onverwachte situaties ( samen met Trefpunt Zelfhulp)

– Een afscheidsverhaal (met “video of cd amicorum “)

Nog niet opgenomen teksten, video’s of diskettes, kopie te bekomen op bestelling Kerkweg 10 3212 Pellenberg voor 100 €

Cursus Gezin en Gezond leven (hier tekst!)

Copyright ©2006 Fons Verhoelst

Centrum voor Gezinswetenschappen

Gezin en Gezond Leven

Fons Verhoelst

Sociaal Hoger Onderwijs voor Sociale Promotie van het Korte Type

ingericht door het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen vzw Schaarbeek-Brussel

2006

1ste jaar

Gezin en Gezond Leven

Denken over gezondheid in de éénentwintigste eeuw

“Gezond leven is leven met gezond verstand”

Vooraf: wat ik u ga vertellen

wie ik ben om dit verhaal te vertellen

hoe ik dit verhaal vertel : de rode draden van mijn verhaal

aan wie ik dit verhaal vertel

Eerste deel; een postmoderne visie op gezondheid, een situatie schets

1° Problemen hebben kan en mag: er is meer aandacht voor psychosociale problematiek

2° Meer aandacht voor de levens context: aandacht voor gezond leven en het gezin en de huisarts of gezinsarts

3° Het denken in termen van gezonde levensstijl en niet alleen ziektebestrijding

4° De persoonlijke verantwoordelijkheid als kernmoment voor gezond leven en dit doorheen de veranderlijkheid van het leven

-° Synthese van dit denken over gezondheid

Tweede deel; gezond leven in de context van de veranderingen in de levensloop

1° Crisis is keuze, veranderen en scheiden.

2° De verschillende soorten normale levenscrisissen

3° De normale levenscrisissen in de individuele levensloop

4° De echtpaar en gezinscrisissen

5° De beroepscycli met zijn normale crisissen en de normale groepscrisissen

6° De toevallige en situationele levenscrisissen

7° De normale levenscrisissen, hulpverlening en psychotherapie

Derde deel: Gezond leven in de veranderende leefsituatie en vooral van het gezin

1° De betekenis van het gezin en het wonen voor gezond leven

1 Een gezin en het huis tot een thuis maken, de betekenis van het wonen

2 Belangrijke maatschappelijke trends

3 De openheid op de wereld en het binnenbrengen van de wereld in het gezin

2° De betekenis van het werken voor gezond leven

Vierde deel;De veranderingen in de gezondheidszorg in de twintigste eeuw

1°De hulpverleners evolueerden van bewakers en verzorgers over dokters en verpleegkundigen naar een veelheid van hulpverleners

2° Ziekte is niet alleen een probleem van het lichaam, maar men kan ook psychisch en sociaal ziek zijn, zelf het niet vinden van zin wordt een ziekte

(depressief zijn).

3° Na een hele periode van het uit mekaar halen van de leeftijdsgroepen in de ziektezorg evolueren we misschien terug naar een integratie vanuit het systeemdenken.

4° Van het verdrijven van de zieken uit de maatschappij evolueren we nu naar een visie waarbij het leefmilieu als het meest therapeutische wordt beschouwd.

5° Vertrekkend van een volkse benadering werd de benadering een extreem technische wetenschappelijk gefundeerde geneeskunde (evidence based medicine). De hulpverleners en de mens hopen op een meer menselijke geïntegreerde gezondheidszorg.

6° De gezondheidszorg van de laatste eeuw was erg individualistisch. Dit evolueert nu naar meer groepsbehandelingen en het systeem wordt meer en meer geviseerd en het omgaan met de patiënt wordt ook een therapeutisch middel.

7° De mens krijgt meer en meer verantwoordelijkheid voor zijn leven als kern van gezond leven en voor zijn gezondheidszorg.

Vijfde deel: het beroepsmatig helpen en geholpen worden in de gezondheidszorg

1° Een visie op professionele hulpverlening

2° Vier basiskwaliteiten van een hulpverleningsrelatie

3° Een geïntegreerde gezondheidszorg en haar vier invalshoeken

Bibliografie

Hoewel de ideeën die in deze cursus uitgedrukt staan mede door contact met en lectuur van andere mensen, vorm gekregen hebben, werden nergens expliciet referenties vermeld tenzij op het einde van de tekst. Wel wil ik graag mijn gezin, Tijl en Eefje, maar vooral Danny, danken voor de stimulerende gedachtewisselingen hier rond.

Drs. Fons Verhoelst Klinisch en Gezondheidspsycholoog, Seksuoloog, Filosoof en Psychoanalytisch Psychotherapeut, U.Z. K.U.Leuven, M.C.H. Leuven, Psychotherapeutische privé praktijk, docent en voordrachtgever.

Kerkweg 10 3212 Pellenberg Tel: 016 462732 Fax: 016 464510

E-mail: fonsverhoelst@skynet.be

Website : www.gezondheidspsycholoog.verhoelst.com

Vanuit welke achtergrond schrijf ik deze tekst en vertel ik dit verhaal: Het is een geëngageerd verhaal

1° vanuit mijn vorming aan de K.U.Leuven:

als klinisch en gezondheidspsycholoog, (5 j.), als seksuoloog, (2 j.), als filosoof, (2 j), als theoloog, (4 jaar), als psychoanalytisch psychotherapeut, (3 jaar)

2°vanuit mijn psychoanalytische psychotherapie ervaring, (38 jaar)

3°vanuit mijn werk als supervisor van psychologen, artsen en andere therapeuten, (35 jaar)

4°vanuit mijn werkervaring op alle lijnen van de gezondheidszorg (nulde tot en met vierde lijn):

-als psycholoog – psychotherapeut supervisor in de Universitaire Ziekenhuizen van de K.U.Leuven (tot 31 mei 2003)

+Therapeutisch centrum aansluitend bij het Crisis Interventie Centrum, CIC, de afdeling Angst en Depressie en de Dagkliniek, (St. Pieter Leuven)

+ Raadpleging Psychiatrie en Psychotherapie, (St Rafaël Leuven)

+ Het Brandwonden Centrum, (Gasthuisberg-Leuven)

+ Het Neuromusculair Referentiecentrum (spierzieken) (Gasthuisberg)

+ Low Vision Centrum, revalidatie voor blinden en slechtzienden

(St Rafaël Leuven)

-als psycholoog – psychotherapeut in het Medisch Centrum voor Huisartsen van Leuven, (tot 31 maart 2004)

-psychotherapeutische en filosofische consultatie in een privé-praktijk Kerkweg 10 3212 Pellenberg, (tot op heden)

5°vanuit mijn doceren + in het Hoger Instituut voor gezinswetenschappen in Brussel,

+ in het Vormingscentrum Dr. Guislain in Gent,

+ in het Therapeutisch Opleidingscentrum Kern in St Niklaas

+ en als voordrachtgever,

6°vanuit mijn persoonlijke levenservaring zonder mezelf bloot te geven in dit verhaal

Hoe ik dit verhaal vertel

Ik ga u niet vertellen hoe u moet leven en wat u allemaal moet doen om gezond te leven. Ik wil u wel manieren van denken aanreiken die u kunnen helpen beter te begrijpen wat er over gezondheid gedacht wordt en hoe u in de gezondheidszorg geholpen wordt. Ik ga mij niet aandienen als pedagoog die weet hoe het moet maar als iemand die vanuit zijn vorming en zijn ervaring tracht te begrijpen wat er te begrijpen is.

Als rode draden doorheen de cursus zal ik de klemtoon leggen op een zevental stellingen

1° De gezondheidszorg moet in zijn aanpak geïntegreerd zijn in de volle betekenis van het woord: de menselijke persoon wordt terug centraal geplaatst en niet het lichaam; het gaat dan over het gezond leven van een mens in zijn lichamelijke, psychische, sociale realiteit zinnig levend in drie betekenissen van het woord: zin in de betekenis van er zin en betekenis aan te geven, zin in de betekenis van zin, richting in zijn leven te vinden, zin in de betekenis van er zin in hebben, er smaak in vinden en dit samen met zijn liefste omgevers, geïntegreerd in zijn gezin en zijn bredere sociale context, geholpen door een geïntegreerde gezondheidszorg van samenwerkende hulpverleners die aandacht hebben voor alle facetten van de mens in zijn éénheid.

2° Dicht aansluitend bij deze eerste stelling is mijn tweede stelling dat de hulpverleners de patiënt niet mogen verbijzonderen tot zijn probleem waardoor deze mens vervreemd wordt van zichzelf. In het positief wetenschappelijk denken is de reductionistische benadering van de mens evident. In de praktijk wordt de patiënt vaak vereenzelvigd met zijn ziekte of probleem. Hij wordt dan zijn maag, zijn hart, zijn lever, zijn depressie, hij wordt dan pedofiel, transseksueel, incest slachtoffer, blinde… hij wordt zijn ziekte of handicap. Een hermeneutische of geesteswetenschappelijke benadering plaatst het probleem of de ziekte van de patiënt terug in zijn context van een mens die op zijn manier zijn leven te leven heeft.

3° Deze stellingen verder uitdiepend komen wij tot de uitspraak dat de persoonlijke verantwoordelijkheid kernstuk is van al of niet gezond leven. Het gaat dan niet zozeer over zelfbeschikkingsrecht maar over een met de liefste omgevers gedeelde verantwoordelijkheid in een poging om zijn en hun leven zinnig te leven.

4° Problemen hebben, lichamelijk ziek zijn, met je liefste omgevers moeilijkheden doormaken, geen zin meer hebben in het leven en depressief zijn horen bij het veranderlijke van de pogingen om het leven wel en gezond te leven. Dit is normaal! Ziek en ongezond wordt men wanneer de persoon overgeleverd is aan de problemen, of aan de ziekte en aan de hulpverleners. Merk op dat de hier gehanteerde definitie van gezondheid, ziekte, normaliteit en abnormaliteit of stoornis bepaald wordt door de manier waarop deze mens met zijn problemen omgaat. In deze stelling is ook mee verrekend dat de hulpverlener een ziekmakende hulpverlener wordt als hij meer dan nodig de verantwoordelijkheid van de patiënt overneemt.

5° Dit alles wil niet zeggen dat de mens “alles in handen heeft” en “voor alles verantwoordelijk is”. In tegendeel, elke mens en elk gezin, elke familie en elke gemeenschap, elke cultuur en heel de wereld bevolking is ook gedragen en slachtoffer van “het lot”, en van zijn “persoonlijk lot”. Hij ondergaat voor een groot deel zijn eigen levens verhaal. Het onbewuste en geheime verhaal dat elke mens meedraagt in een symbolische rugzak kan, indien nuttig en nodig deels bewust gemaakt worden door een psychoanalytische therapie of door welwillende luisteraars die niet veroordelen of beoordelen maar welwillend ruimte maken voor verruimende inzichten en een ander zelfgevoel en zo voor bewuster leven en voor meer verantwoordelijkheid. Wanneer mensen echt ziek zijn in de betekenis dat zij overgeleverd zijn aan de werkelijkheid of in een fantasie wereld leven zodanig dat zij echt en onherstelbaar vervreemd zijn van de werkelijkheid en van de medemens zullen hopelijk de liefste omgevers het leven van deze mens in handen nemen hopelijk geholpen door de gemeenschap in een alles omvattende zorg.

De natuur wordt best gemaakt tot een menselijke natuur waar de mens niet aan overgeleverd blijft. De mens zal met veel eerbied en respect “scheppend” de wereld leefbaar maken en creëren.

6° De volgende stelling is dan weer een verdere uitwerking van al het vorige. De mens in moeilijkheden geeft zich niet zo maar prijs en bloot aan de anderen, maar ook niet aan de hulpverlener. Dit is ook heel gezond want de kern van gezond leven is juist het leven in handen houden en onder controle houden. Trouwens wie is die hulpverlener? Kan hij mij aan? Gaat hij begrip opbrengen voor mijn geheim verhaal? Is hij de juiste helper voor mijn probleem? Geeft hij mij beter zicht op de problemen die ik heb? Kan hij mijn therapeut zijn, dienaar bij mijn poging om mijn leven gezond te leven samen met mijn liefste omgevers. Ik ben hopelijk trouwens eerst bij hen te rade gegaan en blijf hopelijk loyaal naar hen toe! De mensen evalueren best hun hulpverleners of zij voor hen wel de geschikte hulpverleners zijn.

Maar het is ook belangrijk te beseffen dat een tien procent van de mensen met problemen hun problemen niet erkennen of herkennen of verkeerd interpreteren waardoor zij de neiging hebben ofwel geen hulp te zoeken of de problemen bij de anderen te leggen. Dit geldt o.a. voor sensitieve mensen en voor mensen die extreem somatiseren of het lichaam schreeuwt het uit in zijn slecht functioneren of in zijn lichamelijke ziektes maar zij beseffen niet dat andersoortige problemen hen parten spelen. Deze mensen moeten aangemoedigd worden om zich toch uit handen te geven zonder dat zij van bij de aanvang van het hulpverleningsproces reeds begrijpen wat er aan de hand is.

7° De veranderingen in het denken over gezondheid en in de gezondheidszorg zoals ik ze aan u voorstel is nog geen realiteit in alle sectoren van onze gezondheidszorg. Niet iedereen denkt er zo over. Wellicht ben ik vanuit mijn psychotherapeutisch enthousiasme toch nog erg naïef over de impact van deze zienswijze op de dagdagelijkse praktijk. Dit maakt misschien ook begrijpbaar waarom zo velen te rade gaan bij alternatieve therapeuten en “groene dokters” waar deze holistische visie veel sterker aanwezig is. Vaak maakt de oosterse invloed dit begrijpbaar omdat daar de éénheid van de mens veel meer een evidente gegevenheid is. In de alternatieve geneeswijzen zit men ook vaak veel dichter bij de primitievere lagen die bij het genezingsproces betrokken zijn.

Aan wie ik dit verhaal vertel

Ieder van u heeft een uniek en eigen levensverhaal dat niet te vatten is in schema’s en ieder heeft zo zijn eigen kijk op wat gezond leven nu wel kan zijn. Niet iedereen van u zal zich aangesproken voelen door “verhalen” die hen vreemd zijn. Immers ieder van u heeft zijn eigen levens ontwikkeling en ieder van u heeft zijn eigen leefsituatie en gezinssituatie. De tijd van de grote eenvormigheid is voorbij maar ook de tijd van de éénduidigheid is voorbij. De “grote verhalen” hebben grotendeels afgedaan en ieder van u heeft nu de opdracht samen met zijn liefste omgevers en samen met mensen die het leven “bestuderen” uit te zoeken hoe hij persoonlijk gezond kan en zal leven.

Mijn bijdrage zal er in bestaan u te confronteren met een trachten te begrijpen hoe een mens in mekaar zit. Vooral vanuit mijn psychoanalytische psychotherapie ervaring waarbij ik al zoveel geluisterd heb naar de geheime verhalen van zovele mensen weet ik dat ik het niet weet. Elke mens heeft een geheim verhaal, elk gezin elke familie heeft zijn geheime verhalen. Elke mens draagt een rugzak met zich mee waarin hij een veelheid van levenservaringen in de vergetelheid heeft opgeborgen (het on- en prebewuste). Hopelijk zijn daar heel veel positieve ervaringen bij maar waarschijnlijk en bijna zeker zitten daar ook heel veel slechte en negatieve ervaringen bij. Dit vergeten is noodzakelijk om het leven goed en leefbaar te maken. Een mens kan niet leven met zijn verleden open en bloot. Hij moet een deel in de vergetelheid klasseren. Indien deze rugzak u geen parten speelt, en je bent niet te veel moe, niet te veel ziek, ge hebt een goede relatie, ge maakt goede seksualiteit mee en u bent efficiënt in uw werk. M.a.w. ge voelt u goed in uw vel, laat die rugzak dan voor wat hij is, leef en geniet van het leven. Maar als u op een bepaald moment van uw leven u niet goed voelt in uw vel, u bent te veel moe, u bent te veel ziek, u hebt geen goede relatie, u beleeft geen goede seksualiteit, u bent niet efficiënt in uw werk, u geniet niet en kunt niet samen genieten, laat u dan niet verleiden om alleen te kijken naar wat u overkomt vanuit uw lichaam, vanuit uw leefsituatie. Dan is het waarschijnlijk nuttig of noodzakelijk uw rugzak eens open te doe en te kijken wat u vanuit uw eigen levensverhaal en vanuit uw eigen geheim verhaal u het leven zo moeilijk maakt. Wellicht is een revisie van uw rugzak noodzakelijk. Het is vanuit het mogen meewerken aan dit revisie werk en vanuit mijn luisteren en helpen om vat te krijgen of beter zicht te krijgen op het verhaal van mensen dat ik mijn verhaal over gezond leven tracht te vertellen. Wel wetende dat uw leven te complex is of zo anders is dan wat ik nu al beluisterd heb. Dit maakt mijn werk zo boeiend, het is altijd anders, altijd nieuw, soms enorm verassend hoe creatief mensen zijn om zich in de rotzooi te werken en wat mensen te incasseren krijgen. Maar het is ook opmerkelijk als je met een luisterende, begrijpende en begripsvolle blik ruimte maakt voor de mensen, hoe goed ze op hun manier hun leven goed en wel gaan leven. Misschien met meer lijden en pijn maar gelukkiger en efficiënter, gezond en wel! Wanneer ik hier spreek of mijn welwillende blik die ik als psychotherapeut aan mijn patiënten bied dan is het belangrijk te beseffen dat wie zeker in uw rugzak zitten zijn uw ouders, of ze nog leven of reeds gestorven zijn. En ik wens u ouders toe die met een welwillende blik in uw nek zitten te kijken en u het gevoel geven dat ge het goed doet. Oh wee als er ouders in uw rugzak zitten die u met een vernietigende blik zitten te bekijken en u het gevoel geven dat het toch weer op niets trekt wat u aan het doen bent. Dan wens ik u toe dat er andere welwillende blikken in uw rugzak terecht zijn gekomen die u het gevoel geven, ondanks dat uw ouders het in u niet gezien hadden, u toch het gevoel geven dat u het toch goed doet. Als er niet genoeg van die welwillende blikken in uw rugzak zitten en te veel vernietigende blikken, of als het leven te zwaar op u toekomt dan zou het wel nuttig of noodzakelijk kunnen zijn zo een welwillende blik, tegen betaling, bij zulk een psychotherapeut te gaan zoeken.

Ieder van u heeft een eigen rugzak en mijn verhalen over gezond leven zullen u hopelijk raken in dit verhaal zodanig dat u uzelf en uw liefste omgevers beter kunt begrijpen. Maar ook mensen die u proberen te helpen en die u probeert te helpen meer houvast geven in een uzelf en anderen beter begrijpen.

Eerste Deel: Een postmoderne visie op gezondheid, een situatie schets, veranderingen in het denken over gezondheid

De veranderingen in het denken over gezondheid en in de gezondheidszorg van de laatste eeuw kunnen een weldoende crisis worden in het denken over gezond leven.

1° Problemen hebben kan en mag, men is moreel geen slecht mens of crimineel wanneer men problemen heeft en het leven anders leeft.

In de gezondheidszorg is er wel het probleem dat de mens altijd opnieuw beloond wordt wanneer hij zijn problemen vertaalt in lichaamsproblemen.

“Er is meer aandacht voor psychosociale problematiek”.

Er wordt meer en meer aandacht gegeven aan de verlangens en aan de gevoelswereld van de mens. Het omgaan met de levensproblemen maar ook met de dagdagelijkse conflicten en moeilijkheden op alle vlakken wordt erkend als deeluitmakend van een gezond en wel leven.

Lichamelijk gezond leven wil o.a. zeggen dat men zelf zorg opneemt voor zijn lichaam met al zijn tekorten en goede kanten.

Psychisch gezond leven wil o.a. zeggen dat men kan beminnen en werken, dat men kan genieten en samen genieten, dat men zin vindt in het leven.

Sociaal gezond leven wil o.a. zeggen goed samen leven in de kleine en grote groepen waar we deel van uitmaken, onze juiste plaats daarin vinden en tevredenheid voor zichzelf en voor de anderen in de hand werken. U zult in mijn verdere tekst merken dat lijden, mislukken, zelfs ziekte horen bij een gezond leven.

Spiritueel gezond leven wil o.a. zeggen dat men een levensdoel heeft ondanks twijfels en onzekerheden over wat voor u het zinnigste is

De groeiende aandacht voor de psychische gezondheid en voor de sociale gezondheid zal geleidelijk aan de overdreven aandacht voor de lichamelijke gezondheid verminderen om deze zijn juiste en relatieve plaats in heel het menselijk leven en in het zorgdragen voor dit leven terug te geven. Het belangrijkste zal wellicht terug belangrijk worden: het lichamelijk, psychisch en sociaal goed functioneren om zin in zijn leven en in het samenleven te vinden en dit vanuit een leven met “gezond verstand”. Zin vinden in het leven betekent dan weten waarom men leeft. Het waarom kan dan belangrijker worden dan het leven zelf! Het belangrijkste is wellicht niet dat men leeft maar dat men goed leeft en dat men van dit leven geniet en laat genieten.

De menswetenschappers en de gedragswetenschappers kunnen de gemeenschap in het algemeen en elke mens in het bijzonder wellicht helpen bij het beter zorgdragen voor elk kwaliteitsleven en beleven.

De gezondheidszorg die deze facetten van het leven hun juiste plaats niet kan geven kan zelf erg ziekmakend worden. Het overdreven aandacht geven aan de lichamelijke zorg die vaak toch niet efficiënt is wanneer men de belevingswereld en het samenleven niet in rekening brengt, is een te kostelijke aangelegenheid en wordt zelfs ziekmakend. Deze kosten kunnen immers gedrukt worden wanneer men voldoende en juiste aandacht heeft voor alle psychische en sociale problemen die hij op dat moment te verwerken heeft. Wat baat alle medische en lichamelijke zorgen wanneer bvb. heel het wezen van die mens wil doodgaan, van het leven niet meer moet hebben!

Psychosociale hulpverlening ernstig uitbouwen in de gemeenschap en het taboe doorbreken dat op het werken aan deze menselijke problemen rust, is de opdracht van de gezondheidszorg voor de éénentwintigste eeuw.

2° In het huidige gezondheid denken wordt er zeer veel aandacht gegeven aan de levenscontext van de mens en er wordt sterk de nadruk gelegd op het belang van de rol die de huisarts daarin speelt. Ook het gezin komt in de focus als de belangrijkste context voor gezond leven. Dit gezin mag alle mogelijke vormen aannemen.

“Er is meer aandacht voor de plaats van de huisarts in de gezondheidszorg en voor het gezin als de levenscontext voor gezond leven”.

Het gezin is hoeksteen voor gezondheid. Deze uitspaak vinden wij als titel van een artikel van A. L. SAGAN in één van de meest gerenommeerde tijdschriften van de V.S.A.. In deze bijdrage toont de auteur aan op basis van een wereldwijd en intercultureel onderzoek dat de factor die bepaalt dat mensen langer leven niet de vooruitgang is van de medische wetenschappen maar een psychologische factor. Het is de zorg die gezin of clanleden voor mekaar opnemen en de weerbaarheid van het gezin als samenlevingsvorm die bepalend is voor langer leven.

Ook de gezinstevredenheid zoals SMILKSTEIN in de V.S.A. en ik zelf in Leuven in een kort onderzoek met huisartsen aantoonden is een factor die significant samenhangt met het al of niet voorkomen van lichamelijk ziektes en met het al of niet vaak consulteren van de huisarts door de gezinsleden.

Ook J.J.LYNCH stelde in zijn boek “Het gebroken hart, medische gevolgen van eenzaamheid” dat bij mensen die vroegtijdig overlijden aan een hartinfarct er een,volgens zijn groots opgezet onderzoek, significante of betekenisvolle samenhang is met eenzaamheid en met alleen leven.

Een veelheid van recente onderzoeken en bevindingen illustreren de invloed die het gezin heeft op de gezondheid en zeker op gezond leven in zijn geïntegreerde betekenis zoals we verder zullen stellen als de rode draad van deze cursus.

Wij zullen u verder aantonen hoe de normale levenscrisissen die de mens doorheen zijn levensloop in het kader van zijn gezin en samen met zijn “liefste omgevers” al of niet goed kan doormaken bepalend zijn voor al of niet gezond leven.

Hulpverlening die niet aansluit bij deze gezinsrealiteit is een geriskeerde aangelegenheid. Daarom hou ik ook een pleidooi voor de huisarts gezinsarts.

De gezondheidszorg is aan het evolueren naar een “levenssituatie gerichte gezondheidszorg”

Met eerstelijnsgezondheidszorg bedoelen we het zorgdragen door gezondheidshulpverleners die rechtstreeks en gemakkelijk bereikbaar zijn. Naast de meestal centrale figuur van de huisarts (hopelijk een “gezinsarts”) is het nodig dat andere hulpverleners gemakkelijk en rechtstreeks bereikbaar worden (in samenwerking met de huisarts). Wanneer de huisarts toch hoofdzakelijk met lichamelijke gezondheidszorg bezig is dan is het nodig dat naast hem psychologen komen die vanuit een degelijke opleiding, mede zorgdragen voor de psychische problemen en zijn er sociaal werkers nodig die met kennis van zaken kunnen helpen bij de sociale problemen waar ieder van ons moet mee klaarkomen.

Omwille van de nauwe samenwerking tussen deze soorten problemen zal er ook een gezonde samenwerking tussen de eerstelijns hulpverleners moeten bewerkt worden evenals met de organisatie van de gezondheidszorg zelf. Het wordt nog complexer wanneer nog andere hulpverleners op deze eerstelijnszorg meewerken zoals verpleegkundigen, vroedvrouwen, kinesisten, diëtisten… Zolang men als toegangsticket voor de hulpverlening een lichamelijke klacht nodig heeft – of meent nodig te hebben – zoals dat nu meestal het geval is, en zolang we niet rechtstreeks kunnen zeggen dat we moeilijkheden hebben op emotioneel vlak, op relationeel vlak of in het leven of het samenleven in het algemeen, is onze gezondheidszorg een bedreigende aangelegenheid want vaak gaan de hulpverleners dan aan het lichaam sleutelen en het soms zelfs verknoeien waardoor het spontaan genezende of gezonde krachtenspel verstoord wordt door ingrepen die op hun beurt nieuwe ingrepen nodig maken. Zo kan een gevoelsprobleem aanleiding geven tot een eindeloze medische geschiedenis die aan de betrokken persoon en aan de gemeenschap veel geld kost. De erkenning van een psychisch probleem zou eveneens kunnen werken en de gezondheid zou daardoor snel kunnen hersteld worden. “Een begrepen probleem is vaak een bemeesterd probleem”.

Het valt mij op, wanneer ik de kans krijg om huisartsen concreet bij de consultaties te observeren, hoe bijna altijd de patiënt eerst een lichamelijke klacht brengt ook wanneer hij zelfs duidelijk de bedoeling had over de problemen met zijn echtgenoot of over problemen op zijn werk te spreken.

Ook de impact van het werk en de werksituatie krijgen meer en meer aandacht in verband met gezond leven en gezondheidszorg! In dat verband krijgen we enkele nieuwe begrippen in het gezondheidsjargon: psychische problemen op de werkvloer, stress, burnout, pesten. Het voordeel van deze mode woorden is een soort toelaatbaarheid om problemen te hebben. Het nadeel is vaak dat een complexe menselijke problematiek verbijzonderd word en vereenvoudigd tot moeilijkheden als een gevolg van de omgevende factoren en niet van de eigen rugzak!!!

3° Het denken in termen van gezonde levensstijl wordt te vaak herleid tot een zorgdragen voor het jong, mooi, seksueel aantrekkelijk en perfect te houden lichaam.

De complexiteit van het menselijk gezond leven vraagt aandacht voor het dagelijks en op lange termijn zinnig leven en is niet op de eerste plaatst bezig met uw al of niet gekwetste en kwetsbare lichaam, met uw al of niet gekwetst zijn in uw affectieve leven, met uw al of niet perfecte communicatie en seksuele vaardigheden hoe belangrijk de zorg daarvoor ook is.

“Er komt meer aandacht voor de gezonde levensstijl in tegenstelling met de nog prioritaire bestrijding van de lichamelijke ziektes”. Gezondheidspreventie blijft meestal steken op het niveau van het vermijden van lichamelijke ziektes.

In de kranten, op TV en radio, in het verenigingsleven… overal wordt er gewerkt aan het bevorderen van een gezonde levensstijl. Men wil de mensen stimuleren om in groep en allen zo te leven dat de gezondheid bevorderd wordt. We merken een vrij grote aandacht voor de voedingsgewoonten, voor de werkomstandigheden, voor het leefmilieu in het algemeen. Vaak gaat men het probleem dan benaderen in zijn sociale context. De ene mens kan “gemakkelijker” leven dan een andere mens o.a. omdat hij van een sociaal hoger niveau is of meer geld ter beschikking heeft.

De gezonde levensstijl is een weerspiegeling van wat deze mens of die groep van mensen belangrijk en waardevol vindt. De waarden maar ook de organisatie van het dagdagelijkse leven bepalen die levensstijl. Hoe ik mijn dag doorbreng en organiseer zal een gezond of verziekt leven in de hand werken. Zo kan ik lichamelijk perfect gezond zijn (als dat zou bestaan) en zo ongezond leven dat ik dringend hulp nodig heb. Ik vind het persoonlijk wel erg dat het bespreken van deze levensstijl herleid wordt tot “niet roken, niet drinken, niet teveel eten, niet… ” ofwel “je moet bewegen, je moet je laten onderzoeken, je moet je laten inenten, je moet… “.

Deze manier om de gezondheidszorg te benaderen is een trieste en zielige onderneming als zij niet geïnspireerd is of gedragen wordt door de idee van een zinnig leven waar men van geniet en laat genieten, d.w.z als zij niet slechts een facet is van het werken aan een boeiend leven, aan doelen die veel belangrijker zijn dan al deze partiële geboden en verboden.

De gebruikelijke beïnvloedingstechnieken zijn vaak zelf oorzaak of aanleiding tot een scheeftrekken van wat belangrijk is in het leven.

Zelfs de voorbeeldsituaties die men in de media aanbiedt doen mij erg veel denken aan toestanden die mij misselijk maken door de manier waarop de aanpak van levensproblemen schoon verpakt en vaak hypocriet aangeboden worden. Het schone jeugdige gezonde lichaam wordt de waarde waar veel voor opgeofferd wordt. Positief is toch wel dat de opleiding of vorming in onze scholen meer en meer een opvoeding wordt tot leren leven, leren gezond leven. De voorbereiding op een beroep zal hopelijk meer en meer geïntegreerd worden in een “leren leven”. Immers we kunnen ook “leren” vrienden maken, omgaan met mensen, seksualiteit meemaken en goed beleven. Ook op school kunnen wij leren leven en leren gezond leven met als uiteindelijk doel, leren zinnig leven. Wij ontsnappen in een zorg voor gezond leven niet meer aan de zin vraag.

Zo stel ik mij zelfs de vraag of een “pastor” en “lekenconsulent” niet bij de eerstelijns equipe aansluiting kan vinden en medewerker wordt in de “gezondheidszorg”, dan echt een geïntegreerde gezondheidszorg.

In elk geval vind ik het nefast wanneer men de geestelijke gezondheidszorg wil herleiden tot een opvang van mensen met psychiatrische problemen. Hoe belangrijk dit ook moge zijn, de geestelijke gezondheidszorg is een zaak van elke mens die met zijn problemen op alle vlakken moet klaarkomen en die daar soms hulp bij nodig heeft. Het lichaam wordt daarbij vaak best eens benaderd als menselijk gedrag. Het lichaam drukt iets uit en doet iets. Het lichaam krijgt meer en meer zijn juiste betekenis door het op te vatten als uitdrukkingsmiddel van de mens die zinnig probeert te leven. Zijn subjectief beleefde lichaam zal men best beluisteren, niet alleen met de stethoscoop maar ook met een “innerlijk oor” dat poogt te begrijpen wat deze unieke mens aan strevingen en teleurstellingen in zijn lichaam verwoordt.

Het doel van het leven kan toch niet het leven zelf zijn!?

Het “theocentrisch denken” (God als principe en doel) werd verdrongen door het “antropocentrisch denken” (de mens staat centraal) en evolueert nu naar het “ecocentrisch denken” (de kosmos wordt een verhaal waarin wij een plaats hebben en te vervullen hebben.

4° De persoonlijke verantwoordelijkheid en het keuzes maken, samen met uw liefste omgevers wordt het kernmoment van al of niet gezond leven. Het levenslot, wat u overkomt wordt best op de eigen rekening gezet.

Het op een constructieve manier doormaken van uw normale levenscrisissen wordt dan het kernstuk van al of niet gezond leven. Mensen zijn altijd onderweg, gezond levend in de verandering en gezond veranderend in hun levenscrisissen. Altijd opnieuw zal ons levensverhaal doorheen de levensloop nieuwe inhoud gegeven worden. Onze menselijke opdracht is steeds anders het leven zinnig te leven.

“Er is meer aandacht voor de veranderlijkheid van het leven en voor de zingeving”.

Het zorgdragen voor de lichamelijke en psychosociale gezondheid is een zaak van de mens zelf. Samen met zijn gezin, familie, buurt, vrienden, school of werkmidden zal de mens zelf zijn welzijn bevorderen. Samen met al deze mensen, maar ook vaak erg alleen, zal de mens geconfronteerd worden met dood en geboorte, lijden en vreugde, verdriet en gelukkig zijn, kwaadheid en meevoelen, werken en rusten, spelen en ondergaan, tederheid en seksualiteit. Dit is leven. Dit is gezond leven.

Hoe paradoxaal het ook moge klinken, maar lijden en dood horen bij gezond leven. Het is zelfs zo dat veel ziekte gaat ontstaan door het wegmoffelen van lijden. Wanneer ik als psychotherapeut mensen help gezonder te leven, dan zullen zij soms duidelijker lijden maar gezonder en gelukkiger leven. Zo kan gezond leven voor een mens ook omschreven worden als lukken en mislukken in allerlei problemen. Gezond leven is dan vaak ook aanvaarden van de mislukking of goed omgaan met een succes. De gezond levende mens neemt de verantwoordelijkheid op voor zijn lukken en mislukken, voor zijn vreugde en leed, voor zijn al of niet meebewegen met wat het leven hem brengt. Hij zal een gezond evenwicht bereiken door verantwoordelijkheid op te nemen voor zijn driftmatigheid of bewogenheid in nauw samenspel met zijn geweten, zijn idealen en interactie met zijn omgeving.

Wanneer deze manier van denken over gezond leven waardevol is, dan zal de kern van de gezondheidszorg ook zijn dat “de persoon zelf” zijn evenwicht zoekt en zijn gezondheid in handen houdt.

Niemand anders kan dat in zijn plaats. Hij kan zich wel laten helpen, maar niemand anders dan hijzelf kan dat evenwicht op alle vlakken realiseren. Dit wil ook zeggen, hoe meer de hulpverlener zijn leven overneemt en hun eigen verantwoordelijkheid afneemt, hoe zieker hij in feite wordt of al is.Men kan erg ziek zijn zodanig dat het noodzakelijk is dat de hulpverlener alles overneemt.Ik denk nochtans dat dit uitzonderingen moeten blijven. Ik zal dit nu illustreren met enkele voorbeelden.

Een mens kan geestelijk zo in de war zijn dat hij een last is en een bedreiging voor zijn omgeving, zodanig dat deze beslist hem of haar te laten behandelen of op te nemen. Wij moeten dan niet zeggen dat wij de verantwoordelijkheid van deze mens afnemen om hem te genezen, maar eerder dat wij ons eigen leven en het samenleven met hem zo haalbaar mogelijk willen maken, soms zelfs ten koste van zijn gezondheid.

Een ander voorbeeld vind ik bij het probleem van de stervensbegeleiding. Het verzwijgen van de realiteit is vaak een nefast spelletje dat we met onszelf en met de zieke spelen om de situatie zogezegd zo haalbaar mogelijk te maken. Vaak is het zo dat de stervende mens beseft dat hij stervende is en dat hij slechts goed zal kunnen sterven wanneer de liefste omgevers geen spelletje meer spelen maar de tijd nemen en de durf om deze mens in de dood te begeleiden. Dit vraagt natuurlijk veel tijd maar het is vaak een gezonder gebeuren.

Een laatste voorbeeld vind ik bij de caritatief gerichte helpers die mensen gaan betuttelen en allerlei dingen voor hen gaan doen maar ondertussen hen gaan beïnvloeden om te gaan leven zoals zij het willen. Deze manier van leven die zij opdringen, past misschien helemaal niet bij wat die mens nodig heeft.Ik denk daarbij aan marginaal levende mensen die op hun manier pogen een rol te spelen al is het niet de gewone rol die de gemeenschap hen wil opdringen.

Het zelf de zorg voor zijn leven opnemen is essentieel voor een gezond leven en dan ook voor de gezondheidszorg. Elke helper die meer verantwoordelijkheid van zijn cliënt afneemt dan nodig, is een ziekmakende helper.

De samenhang tussen gezondheidszorg en de welzijnszorg wordt hier duidelijk. Zoals men in de gezondheidszorg de mensen moet helpen om hun eigen verantwoordelijkheid op te nemen voor hun leven zal men in de welzijnszorg de mensen niet (alleen) overstelpen met eten en hun mond volstoppen dat ze zouden zwijgen maar hen wakker maken en hen helpen om het leven zelf in handen te nemen. Zelfzorg is de beste welzijnszorg en die moet mogelijk gemaakt worden!

-°Als synthese van dit eerste deel doe ik een poging om het essentiële samen te vatten.

De rode draad doorheen mijn verhaal is dat gezond en wel leven een leven is waarin de mens problemen aanpakt en probleemoplossend leeft. Hij tracht ervan te maken wat ervan te maken is in een veelheid van situaties waarin hij terechtkomt met alles wat hij was, is en zal worden, met zijn tekorten en mogelijkheden. Hij doet dit in een levensgeschiedenis waarin hij hopelijk niet alleen slaaf is van zijn verleden en van zijn omgeving maar in zekere mate kan verantwoordelijkheid opnemen voor wat hij ervan maakt. In die zin zullen angst en schuld niet vreemd zijn aan een gezond leven. Ik heb het dan niet over een vele nodeloze schuldgevoelens die overigens meestal schaamtegevoelens zijn, waarbij men zichzelf devaloriseert of als klein en slecht ervaart in de ogen van anderen waarbij men vaak het tekortschieten toeschrijft aan zijn opvoeding of aan zijn omgeving. Echte erkenning van schuld is een gevolg van het opnemen van verantwoordelijkheid voor het leven waarin de mens zelf te kort schiet. Als je leeft, kun je niet anders dan je handen kwetsen en vuil maken. Dit is volgens mij de kern van gezond leven: zo goed en zo zinvol mogelijk leven in de gegeven omstandigheden.

Het is ook een belevingswereld die steunt op goede en slechte levenservaringen, op lukken en mislukken, op een veelheid van positieve belevenissen, van vele pijnlijke en negatieve ervaringen. En het is zeker ook een samenleven met mensen die ons nabij zijn met alle problemen die het vinden van de juiste intimiteit en de juiste machtsverhouding meebrengt. Ook vele verre relaties bieden hopelijk voldoende krachten om het alleen zijn te aanvaarden en een veelheid van goede en slechte ervaringen in een positieve balans te houden zodanig dat men graag leeft. De waarde die het leven dan heeft zal in grote mate medebepaald zijn door wat onze cultuur ons helpt vinden in dit leven, maar uiteindelijk zal het de mens zelf zijn die in al zijn creativiteit zijn waarde zal maken. Dit heeft volgens mij eeuwigheidswaarde en het is het essentiële van gezond leven.

Wanneer we zo over gezondheid denken, zijn we ver verwijderd van wat we meestal in de krant en over TV over gezondheid aangeboden krijgen. Dan gaat het niet meer over “niet meer roken”, “niet meer drinken” over “gezonde voeding en diëten”,”veel bewegen”, “u veel laten controleren door de huisarts en door de tandarts”.

Hoe belangrijk ze ook zijn deze adviezen zijn vaak naast de kwestie, tenzij ze nagestreefd worden of benaderd in een andere manier van leven, in een zinnige manier van leven. Ik leef niet gezonder omdat ik niet rook, niet drink, gezond eet en zuivere lucht in adem. Het wordt zelfs een trieste en ongezonde bedoening wanneer men daarop zoveel de nadruk begint te leggen.

Ik zou dit de pervertering van de gezondheid noemen waarbij gezond leven een doel op zich wordt dat de mens vervreemd van het echte leven

Tweede Deel: Gezond leven in de context van de veranderingen in de levensloop en gezond ontwikkelen en groeien door de normale levenscrisissen door te maken

1° Crisis is keuze, veranderen en scheiden, keerpunt, scharniermoment in het leven, het is een risico maar ook een kans.

Het woord crisis wordt hier in een andere, meer constructieve betekenis gebruikt dan de meest gebruikelijke betekenis in de medische gezondheidszorg waarbij in de definitie de klemtoon gelegd wordt op de vaak extreme noodsituatie waarin de mens zich bevindt en waarbij deze crisis zo snel mogelijk moet ongedaan gemaakt worden.

In ons model wordt crisis begrepen in haar oorspronkelijke Griekse betekenis als een grondig uit evenwicht geraken van heel de mens waarbij angst heel gezond is en waarbij naast de risico’s op mislukken en ten ondergaan ook en vooral kansen zitten op lukken en groeien, kansen om de juiste keuzes te maken in de noodzakelijke veranderingen die zich in het leven in die levensfasen aandienen.

Leven wordt hier een ontwikkelen, lichamelijk, psychisch, sociaal en qua zingeving doorheen de levensfasen en een groeien van conceptie tot het sterven en het zichzelf overstijgen doorheen de generaties.

Crisis is een heel complex gebeuren waarbij de verschillende niveaus van het menszijn in beweging komen:

– het lichaam

– de belevingswereld

– de relationele en sociale omgang

– de poging het leven zin te geven

De belangrijkste kenmerken van zo’n crisis kunnen we samenvatten onder de hoger vermelde drie woorden:

– kiezen, keuzes maken, persoonlijk maar in samenspel met de liefste omgevers

– veranderen en ontwikkelen, alles wordt anders

– scheiden en loslaten, als een weggaan van mensen waar men het hopelijk goed bij had om naar mensen toe te gaan waarvan men nog niet weet wat men er aan heeft. Hoe beter de kwaliteit van de verbondenheid en van het samenleven in de vorige situatie, hoe gemakkelijker de mens kan weggaan en loslaten.

De keuzes, het loslaten en in het algemeen de verandering kan concreet omschreven worden als:

– een verandering van de leefsituatie, in levensomgeving en de mens moet het vertrouwde loslaten

– de relatie of het omgaan met de meeste mensen verandert van kwaliteit

– de zelfbeleving verandert

– de kwetsbaarheid en de weerbaarheid veranderen

– de seksualiteit en de seksualiteitsbeleving veranderen

– het levens en tijdsperspectief verandert, verleden, heden en toekomst worden telkens anders geëvalueerd en gewaardeerd, heel de levensgeschiedenis wordt ofwel geconsolideerd, ofwel gecorrigeerd en bijgestuurd, ofwel loopt het mis en kan de mens zelfs ten ondergaan.

Angst komt niet alleen vanuit het feit dat het krachtenspel dat de mens is in beweging komt, maar ook door de dreiging te mislukken en eventueel ten onder te gaan

Crisis is evenwicht in beweging:

– het “ICH” of het “IK” met al zijn verdedigingsmiddelen en basisuitrusting in confrontatie met

– het “ES” of het “HET”, de libido, de driftmatigheid, de verlangens en motieven in confrontatie met

– het “UEBER-ICH, het geweten en het interne normsysteem samen met

– het “IDEAAL-ICH”, het ideale beeld van onszelf dat in ons groeide en dit alles in confrontatie met

– de eigengegevenheid en de omgeving, de situatie en de realiteit van zichzelf en van de anderen zal een poging doen tot een geïntegreerd ergens voor en naartoe te leven wat min of meer lukt ook steeds gedeeltelijk mislukt maar waarvoor de mens in elke levenscrisis een herstel kans krijgt maar dit wel op voorwaarde dat hij in het verleden niet te gekwetst en te kapot is en dat de huidige leefomstandigheden en vooral liefste omgevers het toelaten en voldoende veiligheid en houvast bieden om verandering ten gunste mogelijk te maken

In de crisis wordt het bestaande evenwicht doorbroken, lichamelijk, psychisch, sociaal en in zijn zingevingpoging. Hopelijk krijgt de mens de ruimte en de tijd, maar ook de zorg, veiligheid en steun om een nieuw evenwicht te zoeken.

Samenvattend: de driften, of wat de mens drijft in zijn allerprimitiefste vormen en die concreet verlangens kunnen worden (van begeerte tot verlangens) worden door het IK van elke persoon gecontroleerd in functie van zijn geweten en zijn idealen. Maar bij het uitbouwen en realiseren hiervan moet die “persoon” rekening houden met de realiteit van zijn omgeving en van zichzelf in het omgaan met de anderen en met de dingen, met de regels die het maatschappelijk bestel ordenen.

Bij elke levenscrisis wordt dit krachtenspel uit zijn evenwicht gebracht (zowel lichamelijk, als psychisch, als sociaal en als zingevingpoging) en de mens groeit of misgroeit, ontwikkelt of geraakt vast te zitten, beweegt en evolueert in het omgaan met anderen of blijft vastzitten aan teveel wat vertrouwd was, doet een herstelpoging van de vroeger verkeerd gemaakte keuzes of stagneert en gaat eventueel ten onder. Hij maakt een gezonde keuze of een slechte, lukt of mislukt, wordt beter of slechter, groeit of sterft op een of andere manier.

Zulke levenscrisis zal zeker gepaard gaan met allerlei gevoelens en emoties.

De gevoelens die zeker aanwezig zullen zijn is angst, verdriet (een oerverdriet van verlies dreigt aan de oppervlakte te komen), kwaadheid (de dieperliggende agressie moet herschikt worden),… Daarnaast kunnen alle soorten gevoelens en emoties de kop opsteken

– Het lichaam zal altijd een woordeke meespreken tijdens deze

normale levenscrisissen, de mens regresseert min of meer en de primitieve lichaamstaal gaat voor een deel het gewone spreken vervangen.

– De mens zit min of meer overhoop met zijn liefste omgevers en met zijn verre relaties. Het samenleven met mensen wordt herschikt.

– De mens is ook even of langer zijn weg kwijt. Hij moet opnieuw invullen welke betekenis hij aan zijn leven kan en wil geven, welke richting hij uit kan en wil, welke smaak hij verkiest in navolging van de drie betekenissen die het woord zin in onze cultuur heeft.

In het loslaten zit steeds een rouwmoment waarbij de verschillende fasen van een rouwproces aan de orde zijn. Elke crisis kan beschreven worden als een rouwproces:

– na een zekere schokfase

– is er steeds een ontkenningspoging

– er is steeds een agressief moment

– er is steeds een depressief moment en

– hopelijk komt de mens er toe zijn keuzes te maken en te aanvaarden om zich samen met zijn liefste omgevers goed te voelen en gelukkig, dit wil niet zeggen zonder verdriet of zonder kwaadheid of zonder problemen.

Gezond leven wordt dan een leven waarbij de mens doorheen de beweeglijkheid van de levenskrissen die aansluiten bij de verschillende levensfasen de juiste keuzes maakt waarbij hij tijdelijk uit zijn evenwicht is, angstig is en zelfs depressief van stemming kan zijn omdat hij tijdelijk de zin van zijn leven niet ziet zitten. Hopelijk zal de crisis voldoende doorleefd worden en zal de normaliteit van de crisis (van ziekte, van gevoelsontreddering, van het niet goed meer doen in het samenleven en het er geen zin meer in hebben) een kans krijgen.

Hopelijk wordt dit leven waarbij lijden dan niet vreemd is een leven waarin:

“bemind wordt” op het niveau dat op dat ogenblik past,

“gewerkt wordt” op het niveau dat op dat ogenblik past,

“genoten wordt” op het niveau dat op dat ogenblik past,

“omgegaan wordt” op het niveau dat op dat ogenblik past, en

“zin gevonden wordt” op het niveau dat op dat ogenblik past.

Lichamelijk, psychisch en sociaal leeft men dan gezond en wel al bewegend in crisis en al rustend in de tussen periodes.

Het is het gezond verstand, een gevoelsgeladen verstandig reageren, dat rekening houdend met de realiteit en met wat ik verlang, met wat ik van mezelf vraag en wat ik als idealen nastreef, in een gezamenlijke poging met zijn liefste omgevers, dat zal uitmaken of ik, goed functionerend tevredenheid vind en zin en smaak vind in het leven.

2° De verschillende soorten normale levenscrisissen

1 De crisissen van de individuele levensloop

– De conceptie en het al of niet een plaats krijgen in deze wereld

– De geboorte en het al of niet aanvaard worden zoals men is, man of vrouw, met tekorten

– De eerste schooldag en het in het gezin binnen gevoerd worden in het complexe liefdes spel van man en vrouw om er zo al of niet bij te horen

– De puberteit en de adolescentie en het verwerven van autonomie en seksuele identiteit

– De wittebroodscrisis van het trouwen of de poging het leven te leven met twee, samen

– De expansiecrisis van de dertig jaar, na reeds van zoveel geproefd te hebben is er nog zoveel dat kan

– De autenticiteitscrisis van de veertig jaar of de eerst eerlijkheidsbalans wordt opgemaakt

– De middelbare leeftijdscrisis van vijftig jaar of een nieuw leven begint vanuit het lege nest

– De crisis van de pensionering en het senior worden, oud worden kan nog een stijgende levenslijn zijn waarbij het kwalitatief beste nog kan komen, dalen en het opgeven kan ook

– De normale gezonde levenscrisis van het sterven en de consolidatie van het verleden

2 De gezinscrisissen van het oorspronkelijke gezin waaruit de mens geboren wordt en de gezinscrisissen van het zelf gemaakte gezin, met eventueel een nieuwe poging in een nieuw samengesteld gezin:

– De vrije vrijerstijd en het uitzoeken met wie men een intieme seksuele relatie kan hebben- Het trouwen of gaan samenwonen en de eerste poging om het leven met iemand te delen

– Het al of niet krijgen van het eerste kind, als keuze of als lot, vroeg, laat of nooit

– Het nest met of zonder kleine kinderen waarbij het hebben van kinderen de relatie toetst

– Het nest met of zonder pubers en waarbij de pubers de ouders heropvoeden of uitdagen

– Het lege nest of het nest met de lange nestblijvers of de nieuwe start

– Het afscheid en het alleen voortgaan of toch niet?

3 De beroepscyclus met zijn crisissen en de crisissen van de sociale groepen en gemeenschappen waarvan men deel uitmaakt: o.a. de werksituatie, de politieke partij, de hobby club, het koor waarin men zingt, de religieuze gemeenschap waar men lid van is, de buurtgemeenschap, het land waarin men leeft, de eerste, tweede, derde of vierde wereld waar men deel van uitmaakt, de wereldgemeenschap, het heelal en de kosmos.

4 De toevallige of situationele levenscrisissen die de vorige normale levenscrisissen komen doorkruisen als de steeds gezochte “life events” die oorzaak zouden zijn voor de “crisis”:

– De crisissen uitgelokt door noodsituaties die ons overvallen, erge dingen die ons overkomen of die we zelf uitsteken

– De crisissen uitgelokt door ogenschijnlijk onbelangrijke gebeurtenissen maar door hun context zeer betekenisvol worden

– De crisissen uitgelokt door positieve gebeurtenissen die het leven helemaal overhoop kunnen zetten

3° De normale levenscrisissen en de individuele levensloop gekoppeld aan de levensfasen met als meest essentiële context het nest van de liefste omgevers waarbij de mens evolueert van de conceptie tot het sterven zichzelf overlevend in zijn nakomers en in zijn levenscreaties

De klemtoon ligt hier op zijn individualiteit maar gesocialiseerd en op zijn veranderlijkheid. Hij is en wordt meer en meer een persoon met eigen verantwoordelijkheid maar mee gedragen door zijn liefste omgevers in heel dit proces van binden en loslaten.

Vanuit dit denken over gezondheid hebben wij niet alleen aandacht voor de psychologische ontwikkeling maar ook voor de voortdurende lichamelijke ontwikkeling en verandering, de ontwikkelingen in het zich sociaal “in en uitnestelen” om steeds nieuw soortige relaties te bemeesteren en het steeds op een andere manier duiden en betekenisvol maken van zichzelf, zijn liefste omgevers en het geheel waarvan men uiteindelijk deel van uitmaakt.

Voor elke levenscrisis beschrijf ik nu in het kort enkele kernopdrachten. U kan zelf een oefening doen en de kenmerken van elke levenscrisis toepassen op uw leven. Oefen U in het begrijpen van de crisis die U het dichtst is !

Eerste crisis : “de conceptie”

Of de plaats die iemand al of niet gegeven wordt in het bestaan.

Ben ik welkom op deze wereldbol? Wordt mijn ontstaan ingeschreven in een verlangen, in een verhaal van hopelijk twee mensen samen met hun liefste omgevers en zo in heel een cultureel bestel en in het grote verhaal als er een groot verhaal is. De zin van dit ontstaan ligt in handen van de mensengemeenschap in de mate ze er in lukken dit grote verhaal te onderkennen of te creëren.

Door de groeiende mogelijkheden van het in handen nemen van de bevruchting zal de conceptie echt een “keuze” worden, crisis in onze betekenis van het woord.

Het binnendringen van het sperma in het eitje ontlokt een dynamisme dat maar zelden in de natuur zo duidelijk is met alle kansen maar ook risico’s. De context van ons ontstaan in het seksueel liefdesspel dat de start mogelijk maakt, zal de al of niet gewilde of gewenste bevruchting zijn betekenis geven. Op dit moment schrijven we ons in in de geschiedenis.

Gezonde genencombinatie die in dat gezin en in die cultuur, op die plaats zal gaan ontwikkelen. Prenatale ervaringen zullen meebepalen waar ik zal naartoe leven. Wordt de foetus als kind met een toekomst opgenomen in een concreet verhaal. Dit meestal onbewuste verhaal zit in onze rugzak.

Tweede crisis : “de geboorte”

Ben ik welkom op deze wereldbol zoals ik ben, als man of als vrouw, in mijn imperfectie en met mijn tekorten, met kansen en bepaalde risico’s.

Of het nu een zachte of een harde geboorte is, of het nu een gemakkelijke of een zware bevalling is steeds is het een overgang van een veilige, alles (bijna alles) bevredigende baarmoeder naar een koudere wereld waar men moet gaan wenen en allerlei dingen met het lichaam moet gaan tonen of laten horen om duidelijk te maken dat men iets nodig heeft.

Alle liefste omgevers betrokken bij deze geboorte maken een crisis door.

De moeder waaruit het kind ter wereld komt staat voor de opgave dit kind te erkennen zoals het is. Van loslaten gesproken! Een depressief moment is evident en dit niet alleen bij het postnataal depressief worden wat steeds moet begrepen worden vanuit het geheime verhaal van dit koppel en dit gezin.

De vader die mede dit kind “gemaakt” heeft in 84 procent van de gevallen (volgens genetisch onderzoek) zal dit kind moeten erkennen of adopteren. Ook hij ziet het kind als manneke of vrouwtje en in zijn imperfectie en als een uitdaging voor het ontwikkelen van zijn vaderschap.

Moeder en vader worden betekenen een uitdaging en kans maar ook een risico voor de man vrouw relatie. De geboorte van een kind kan de relatie verdiepen maar ook uithollen.

Een kleine groep van kinderen wordt geboren in de lichamelijk dubbele geslachtelijkheid en zal snel moeten “bijgewerkt” worden tot jongetje of meisje. Maar ook nu reeds is het kind in zijn psychologische erkenning geriskeerd in zijn geslachtelijkheid. Ondanks dat het lichaam min of meer duidelijk een jongen of een meisje is worden sommige kinderen in een andere begeerte positie gezet, in een ander verhaal een rol toebedeeld. Dit kan een aanzet vormen voor de latere seksuele identiteit (heterofiel, homofiel of transseksueel).

Welke plaats heeft of krijgt het kind in het gezin? Is het of de eerst geborene of welke plaats heb je in de rij? Is het de benjamin of zelfs een nakomertje. Zijn er al kinderen van een andere vader of moeder? Of ben je enig kind.

Daardoor krijg je een andere betekenis in het verhaal en de levensloop van het gezin.

Ook het leven van andere kinderen in het gezin worden door een nieuwe geboorte in crisis gebracht. Ook zij moeten het kind erkennen en is zekere rivaliteit nooit ver weg.

Derde crisis : ” de initiatie in het intieme en seksuele relatiespel van het gezin en de eerste schooldag”.

Het verwerven van de juiste positie in het complexe relatiespel van ouders en andere kinderen, de kinderlijke gehechtheid en seksualiteit en de voorafspiegeling van de seksuele identiteit van de toekomst.

Met als stap naar de sociale wereld toe de intrede in de publieke wereld zonder de beschermende hand van moeder of vader. Alleen tegen allen. Er zijn niet alleen de risico’s op besmetting en kinderziekten maar ook het al of niet aanvaard worden, het al of niet goed aangepakt worden. Van deze dag weten de meeste mensen nog hoe hij verlopen is. Hij zal vaak een bepaalde kleur geven aan het verdere leven. Het al dan niet goed voelen in de maatschappij in het verdere leven kan daarmee te maken hebben. Hoor ik erbij of niet? Hoor ik er bij als man of als vrouw?

In het gezin zelf is er het subtiele samenleven met een vader, een moeder, een broer en zus, verder ook opa en oma. Dit is erg belangrijk om het ingewikkelde en uiterst complexe relatiespel onder mensen te leren. De intensiteit van de crisis, van dit “leren samenspelen met mensen” is vaak onbeschrijfbaar.

De thuis en het gezin zijn veruit het belangrijkste of ik zal lukken of mislukken bij mijn intrede in het publieke sociale leven. Is het gezin een goede uitvalsbasis. Kan ik er altijd op terug vallen?

Maar ook de impact van het schoolmilieu kan heel ingrijpend zijn en maken dat je al of niet op de rand van de speelplaats belandt en daar eventueel jaren kunt blijven staan. Past het kind tussen dat soort leerkrachten en dat soort kinderen? Word ik daar aanvaard of word ik weg gepest?

Vierde crisis : “de puberteit en adolescentie”

Of de zelfstandigheids strijd,de opbouw van de geslachtelijke identiteit, het uittesten van de seksuele identiteit en de man vrouw relaties en mijn professionele en levenstoekomst: waarvoor zal ik in mijn leven staan en gaan en met wie en hoe. Het is het prototype van de levenscrisis waarbij normaliteit en waanzin vaak dicht bij mekaar liggen.

In de autonomiestrijd (men wordt niet volwassen gemaakt maar men bevecht zijn volwassen wording) zal de jongere van de schoot van zijn ouders moeten komen, ouders die meestal de belangrijkste beslissingen nemen tot dan toe.

Hij zal leren op zijn eigen benen te staan maar ook sterk genoeg worden om soms aan te leunen bij iemand anders.

Hij zal uitzoeken bij wie hij zijn sociaalmasker kan afleggen en hoever hij daarin kan gaan.

Hij zal zijn studies en toekomst plannen, en het leven dromen en toch realistisch blijven.

Hij zal experimenteren met seksualiteit en met relaties om tot een definitieve keuze te komen.

Vaak betekent dit spel van keuzes maken, van veranderen en loslaten zoveel dat de jongere in het niemandsland terecht komt, geen houvast meer vindend bij zijn ouders maar ook nog niet bij het liefje. Dweep figuren en andere belangrijke personen in het leven van de jongere gaan heel veel impact hebben op de puber en adolescent. Hopelijk zijn deze figuren integere mensen. Hopelijk kijken de ouders toe en zijn ze noch autoritaire opvoeders noch antiautoritaire vriendjes van hun kinderen.

Een puber en adolescent heeft houvast nodig en een welwillende maar kordate blik van de ouders en leerkrachten of opvoeders. Maar ook de peergroep zal vaak heel beslissend tussenkomen in de gemaakte keuzes. School en jeugdbewegingen of jeugdclubs zijn niet te onderschatten in hun impact op deze crisis.

De mens moet duidelijkheid vinden omtrent zijn geslachtelijke identiteit en de richting waar hij naar toe wil qua studies, beroep en gezinsleven.

Vijfde crisis : “het huwen” of de wittebroodscrisis van het gaan samenleven, al of niet geritualiseerd. Het is het moment van het echte loslaten van de ouders of het op een andere manier verbonden blijven.

Soms wordt het een zwarte of grijze broods crisis.

Er moet worden uitgezocht hoe de macht verdeeld wordt. “Wie heeft het hier voor het zeggen?” kan ik bij deze persoon aanleunen. Ruzie maken herstelt soms het te lang onderliggen.

Er moet uitgezocht worden hoever de partners bij mekaar kunnen gaan in het afleggen van hun sociaalmasker.

Het maken van een gezamenlijke toekomst is geen kleine opdracht want beiden komen uit een ander gezin met andere dromen en andere verwachtingen. De woning geeft vaak een beeld van de gesloten compromissen.

Seksuele intimiteit realiseren op alle vlakken is geen gemakkelijke opgave.

Verliefdheid die blind is en een zaak van ontlokkers van de begeerte (lichamelijke of persoonlijke details van de andere die dan vervolledigd worden tot “het van het” met de vlinders in de buik) zal ontmaskerd worden en het zal er dan op aankomen de andere graag te zien met en in zijn tekorten!

Wil je zicht krijgen op de kwaliteit van een relatie en van heel een gezin moet kijken naar de tafelgemeenschap. Hoe eten deze mensen samen met de nodige aandacht en attenties voor mekaar, met een sfeer van intimiteit of is men alleen aan het eten en met eten bezig of is men attent voor mekaar.

Aandacht voor het culinaire genieten is oke maar het is best een samen genieten en een echte tafelgemeenschap. Deze tafelgemeenschap geeft meestal zeer goed weer wat de kwaliteit is van de bedgemeenschap. Wordt alleen gegeten en gediëet en later in bed gecoïteerd of is er echt intimiteit en minnespel.

Als je alleen leeft verzorg je best uw tafel zodanig dat moest er iemand bellen deze mens mee aan die tafel kunnen plaats nemen om mee te genieten en samen te zijn.

Zesde crisis : “de expansiecrisis van de 30-jarigen”

Dit is een crisis waarbij men al zijn mogelijkheden probeert te realiseren en daartoe vaak ingrijpende wijzigingen in het leven aanbrengt. Men heeft al een en ander gerealiseerd en meegemaakt maar er is nog zoveel te beleven!

Zevende crisis : “de authenticiteitscrisis van de 40-jarigen”

Hier wordt opnieuw de vraag gesteld naar de zinvolheid van het leven: “Is het dat nu?” of “Is dat waarvoor we verder willen leven?” We zijn waarschijnlijk in de helft van ons leven en we maken de balans op. Heb ik mijn ladders tegen de juiste muren gezet?

Achtste crisis :”de middelbare leeftijdscrisis van de 50-jarigen.

De mens is een “centenair”, een “dier” dat honderd jaar kan worden. Nu is hij zeker in de helft.

De meno- of andropauze, de kinderen gaan weg. Het lege nest dient zich aan tenzij men met lange nestblijvers blijft zitten. Een heel nieuw leven kondigt zich aan.

Het koppel, als ze nog samen zijn hebben vier keuze mogelijkheden.

Ofwel komen ze elkaar terug tegen en maken er een boeiend samenleven van, ook seksueel.

Ofwel blijft men als broer en zus samenleven in het eigen of gehuurde huis en leeft ieder zijn eigen leven.

Ofwel gaat men voortdurend ruzie maken, alle tekorten en frustraties van het leven zijn de andere zijn schuld.

Ofwel is de gezamenlijke opdracht volbracht en zijn ze aan scheiden toe voor een nieuw leven met een andere partner.

Ook de lichamelijke veranderingen rond vijftig jaar kunnen veel ten kwade maar ook ten goede laten keren. De man vervrouwelijkt en krijgt goesting in intimistische seksualiteit en de vrouw vermannelijkt en krijgt goesting in de seksualiteit om de seksualiteit. Een anders omgaan met tekorten kan de kwaliteit van het samen leven nog ten goede komen.

Negende crisis: “de langdurige crisis van het ouder worden als stijgende levenslijn”

Principieel is ouder worden nog groeien en de levenskwaliteit kan nog altijd toenemen. Het op pensioen gaan is meestal een totaal nieuwe start. Maar de toekomst komt zo nabij, het verlies van zoveel dierbaars en dierbaren neemt soms grote proporties aan. De eigen belangrijkheid kan dalen. Vaak gaat men weg uit de eigen woning. Men kan meer en meer ziektes incasseren en vitaliteit verliezen.

Het op pensioen gaan is voor sommigen en welgekomen verlossing van de lasten van het werk. Iedereen heeft recht op zijn opgebouwde verzekering maar voor velen die niet meer “mogen werken” of “kunnen werken” verwordt de pensionering vaak tot een uitgesloten worden, een voorbeeld van segregatie. Men mag of kan niet meer meespelen. De reddingspogingen in het vrijwilligers werk of de “vrije tijd” die nu de hoofd tijd is bevredigt niet iedereen. Waarom zou men niet blijven werken met zoveel wijsheid en zoveel weten en ervaring de klemtoon leggend op de bijdrage van de wijsheid en zonder de klemtoon op de prestatie te leggen.

Tiende crisis : de normale levenscrisis van het sterven en hopelijk niet per ongeluk doodgaan.

Sterven maar liefst niet “doodgaan”, waarbij men hopelijk het leven kan afgeven en de schuld kan opnemen voor al wat men in zijn leven door eigen fout niet realiseerde. De droom stopt. We kunnen onszelf niet meer redden met “later” (of toch)? Het “nu” krijgt eeuwigheidswaarde : dit was mijn leven en zo zal het in eeuwigheid zijn. Een afscheidsritueel is welgekomen.

Het sterven kan best een act worden van de mens zelf. De kern van gezond leven is het leven zelf leven samen met zijn liefste omgevers. Zo wordt gezond sterven hopelijk iets dat de mens zelf doet maar ook op een gezonde manier en samen met zijn liefste omgevers en dat hij niet moet dood en ten onder gaan aan een creperend lijf. Het doormaken van deze hopelijk gezonde levenscrisis van het sterven vraagt tijd om als men het weet de kans te krijgen om de rouw van zijn eigen dood mee te maken en nog een en ander in orde te maken en echt afscheid te nemen en los te laten.

4°De echtpaar en gezinscrisissen

Het leven is te complex om het te vatten in crisissen maar het helpt toch in een denken over gezond en wel leven, want het maakt overduidelijk hoe ons lichaam, onze belevingswereld en ons sociaal leven tijdens deze crisismomenten geriskeerd zijn.

Zo heeft gezond en wel leven ook iets te maken met ons functioneren als echtpaar en als gezin en familie. Een opmerkelijk detail vermelden we verder in deze bijdrage nl. hoe de tevredenheid in het functioneren van het gezin een grote rol speelt in het al dan niet lichamelijk ziek worden van de gezinsleden. Hoe ontevredener dit samenleven, hoe meer “ziekte”.

Wat gebeurt er vaak?

* De verloving is hopelijk een tijd van experimenteren zodanig dat er duidelijkheid groeit in het al of niet kiezen voor elkaar.

* Als tweepersoonsgezin heeft men vaak minder problemen dan als een gezin met kleine kinderen, wat vaak een bedreiging is voor de tevredenheid van het samenleven als paar (en niet omgekeerd!).

* Grotere kinderen kunnen vaak een ernstige bedreiging worden voor het ouderlijk echtpaar, maar meestal zijn ze tevreden dat ze mekaar hebben in de moeilijkheden.

* Deze tevredenheid stijgt vaak wanneer de kinderen het ouderlijk huis verlaten hebben.

° Het ouder wordend koppel met het lege nest leeft ofwel intiem samen, ofwel als broer en zus, of onverschillig en soms zal zelfs de schijn het samenleven niet meer redden en is men aan scheiden toe. Het is de levensperiode om orde op zaken te stellen.

5° De beroepscyclus met zijn normale crisissen en de normale crisissen van de sociale groepen en gemeenschappen waar men deel van uitmaakt

De werksituatie en de “beroepscarrière” hebben naast het gezin de meeste impact op het gezond leven. Werken is een “levensstructurerend” gegeven dat bepalend is voor al of niet gezond leven. Sigmund Freud noemt beminnen en werken de twee ultieme criteria voor gezond leven. Ook de “beroeps carrière” heeft in de levensloop een cyclus verloop van crisissen en rustperiodes in samenhang met het “individuele levensverloop verhaal” maar ook met de dynamiek in de werksituatie en in de “bedrijfsontwikkeling”. Een werksituatie die niet verandert is gedoemd om te stagneren en gaat “ten onder”.

De politieke partij, de hobby club, het koor waarin men zingt, de religieuze gemeenschap waar men lid van is, de buurtgemeenschap, het land waarin men leeft, de eerste, tweede, derde of vierde wereld waar men deel van uitmaakt, de wereldgemeenschap, het heelal en de kosmos… op alle deze “fronten” zijn er soms spectaculaire veranderingen, crisissen met hun kansen en risico’s voor de mens en voor heel het heelal. In deze tijd van het ecologisch denken beseft de mens meer en meer hoe belangrijk dit is voor gezond leven en hoe belangrijk het is met de ecosystemen gezond om te gaan.

6° Toevallige en situationele levenscrisissen

De vraag waarom ik leef en hoe ik leef wordt vaak in sterke mate bepaald door de belangrijkheid van de levensmomenten die ik doormaak. Spreken over de normale levenscrisissen kan in dit verband erg verhelderend werken. Maar bijkomende situatiegebonden crisismomenten zijn in hun belang niet te onderschatten. Deze gebeurtenissen kunnen een dag, een week, een maand en zelfs jaren een speciale kleur geven aan het leven. Een heel leven kan daardoor in zijn betekenis veranderen. Denken we maar aan een ongeval, het mindervalide worden, scheiden, de lotto winnen; succesvol zijn in een examen, de dood van een dierbare, een verhuis, werk vinden, een erfenisprobleem; een ziekte (maar ook herstel); een deugddoende ontmoeting in een verliefdheid. Dit zijn zovele redenen om tijdelijk uit zijn evenwicht te raken en zowel lichamelijk, psychisch als sociaal over zijn toeren te geraken. Vaak moet er herstelwerk gedaan worden. Vaak is ziekte op dat moment te begrijpen in de context van zulke crisissen.

7° In deze context is hulpverlening (met bijzondere aandacht voor psychotherapie en indicatiestelling) een therapeutische ruimte en tijd bieden om de crisissen op een constructieve manier door te maken en niet te vermijden of toe te dekken

De gevoelens van eigenwaarde, goed voelen, genieten, zich rustig voelen … komen zelden of niet zuiver voor maar zijn vaak vermengd met allerlei negatieve gevoelens van lijden, zich zorgen maken … Dit maakt de “smaak” uit van het leven dat zonder deze dynamiek wellicht saai en niet te leven zou zijn. Wanneer ik het leven zo beschrijf dan wil ik ook de nadruk leggen op de persoonlijke creativiteit die wij in het doorlopen van de crisissen kunnen opbrengen. Zo groeit mijn waarden systeem in samenspel met mijn omgeving en uit de diepte van mijzelf.

Crisis is kiezen en keuze wordt de basis van een waardevol leven. Sommige filosofen spreken zelfs van de eeuwigheidswaarde van dit kiezen en beslissen. Dit is de kern van al of niet gezond leven.

Psychotherapie of psychologische begeleiding bij andere hulpverlening is het aanbieden van een therapeutische ruimte met veiligheid, houvast en begrijpen zodanig dat de mens individueel of samen met zijn liefste omgevers zijn crisissen op een constructieve manier zou kunnen doormaken.

Om dit mogelijk te maken is er een goede indicatiestelling noodzakelijk waarbij zowel de hulpverlener als de cliënt mekaar kunnen inschatten of zij kunnen samenwerken, tot een therapeutisch samenwerkingsakkoord kunnen besluiten en een therapeutisch proces opgang kunnen laten komen om dit tot een goed einde te kunnen brengen.

Derde Deel: Gezond leven in de veranderende leefsituatie en vooral in het gezin en werk situatie

Vooraf: tot nu toe legden we de klemtoon op de persoon als creator of schepper van zichzelf, nu zal ik de klemtoon leggen op de interactie met de context, de omgevende mensen en omgevende realiteit.

Naast de zelfbepaling waardoor hij de éénheid en heelheid van zichzelf realiseert (het holistisch denken), zal de mens ook een éénheid en heelheid realiseren met zijn omgeving.

Naast de persoonlijke éénwording van en met zichzelf zal hij ook een éénwording met zijn omgevende mensen en zijn omgevende werkelijkheid moeten realiseren en ondergaan.

Ik zal nu de aandacht richten op de oikos, de ecos, het huis, de thuis, de werksituatie en de éénheid met milieu, natuur en kosmos.

Om het nogmaals anders te zeggen: de mens als persoon, als psychische realiteit leeft in een context, een omgevingsrealiteit, een sociale realiteit waarin zijn biologische realiteit hopelijk de beste kans maakt op een gezonde ontwikkeling. Dit alles wil hij gezond leven, zal hij doen in het individueel en in groep ergens naar toe leven.

Het nieuwe begrip “sociale individualiteit” of afgeleid de “sociale identiteit” staat naast het begrip “autonome individualiteit” of afgeleid de “individuele identiteit” .

Iets gelijkaardig merken we in onze maatschappelijke vernieuwingen. Naast de “Identiteitskaart” dat een individueel gegeven is ,wel ingebed in een relatie, met de geboortedatum, geslacht , de burgerlijke stand en de woonplaats krijgen we nu allemaal een “Sociale Identiteitskaart” dat een individueel gegeven blijf maar nu met het accent op het ingebed zijn in de werk en verzorgingswereld. Wie ben je? Waar woon je? Werk je? Bij welk verzorgingssysteem ben je aangesloten qua ziekte en pensioenverzekering en binnen kort ook bij welk zorgverzekering ( zelfs uw financiële instelling waar u bij hoort staat er op)..

Het dominante mensbeeld in onze Westerse wereld en zeker in de psychologie werd tot nu toe geïnspireerd door een individualistische ideologie, hetgeen niet weg neemt dat er over dit individualisme zeer uiteenlopende meningen bestaan. Het individu is de vanzelfsprekende bouwsteen van de moderne, westerse samenleving en daarom noemen we deze individualistisch. We merken in de huidige tijd een verschuiving in onze opvattingen van individualiteit. We gaan meer en meer beseffen dat het westerse individualistische mensbeeld een culturele constructie is en geen natuur gegeven. De manier waarop wij het sociale ook als een culturele constructie begrijpen kan een ander licht werpen op de autonomie van de menselijke persoon, van het individu. Iedere persoon is immers een sociaal wezen van in zijn ontstaan en doorheen heel zijn verder leven. Elke individuele mens wordt gemaakt en groeit op in en door zijn sociale context, in en door zijn gezin, in en door zijn leefwereld waarin andere mensen de belangrijkste medespelers of tegenspelers zijn. De vermenselijkte en de brute natuur vormen daarin achtergrond en basismateriaal tegelijkertijd.

Wij beleven de individualistische constructie als evident en geraken dan ook erg in moeilijkheden wanneer wij geconfronteerd worden met de oosters collectivistische visie of mensbeeld waarbij het individu totaal ondergeschikt is aan het collectief, aan het belang van de gemeenschap. Als westerse maar toch ook Europese burgers bekijken wij de mens veel meer als een sociaal ingebed iemand dan de soms extreem individualistische en narcistische Amerikaans kijk. Maar we zetten ons zeker af tegen oosterse collectieve denken. Maar velen gaan in onze contreien dwepen met de holistische visie van de oosterlingen die geen onderscheid maken tussen geest en lichaam maar ook een veel grotere éénheid met mekaar en de gemeenschap beleven. Maar tegelijkertijd dwepen velen onder ons met de Amerikaanse over beklemtoning van de “singel”, het zelfbeschikkingsrecht en het dan bijsturen of corrigeren en doorbreken van dit alleen zijn in allerlei trainingsprogramma’s voor het beter leren communiceren, beter leren praten met mekaar. Terwijl in de praktijk de “small-talk” het sociale verkeer beheerst en de kapitalistische vrijheden soms extreme proporties aannemen.

In een sociaal constructivistische benadering van individualiteit toont de Nederlandse psycholoog Jeroen JANSZ (Rijksuniversiteit Leiden) dat onze actuele visie op individualisme een resultaat is van een ontwikkelingsproces dat naar tijd en plaats verschillend verlopen is.

Wanneer in mijn verhaal de persoonlijke autonomie ingebed in het gezin, het kernstuk is voor persoonlijk en gezamenlijk gezond leven moeten wij deze problematiek hier verder uitdiepen.

Toch even het veel gebruikte begrip “sociaal” even toelichten. Het woord sociaal wordt trouwens in een veelheid van betekenissen en nuances dagelijks gebruikt.

Laten we even kijken naar de etymologische betekenis.

Het woord sociaal komt van het latijn “socialis” , “van en voor de gemeenschap” en van “socius”, “gemeenschappelijk en verbonden, bondgenoot, metgezel” en is verwant met “sequi”, “volgen”.

Sociaal betekent dat de mens in groepen leeft, samen leeft. Het betekent ook gevoel of begrip hebben en tonen voor de belangen en noden van de medeleden van de maatschappij waarin men leeft. Hij leeft solidair.

Om het in gewone woorden te omschrijven zou ik stellen dat sociaal zijn vooral betekent “er bijhoren” zowel in het geven als het krijgen, er op een of andere manier één mee zijn en naast de individuele verantwoordelijkheid voor zichzelf ook de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het samenleven. De mens wordt zichzelf door een socialiseringsproces en socialiseert op zijn beurt de mensen waar hij voor zorgt en waar hij mee en voor leeft. Het hoger beschreven individualiseringsproces doorheen heel zijn levensloop illustreert wat we hier pogen aan te tonen. De persoonlijke individualiteit is een complex kluwen dat zich differentieerde uit een totale éénheid met het gezin naar een weg groeien van dit gezin om een eigen gezin op te bouwen en zich sociaal maatschappelijk te engageren voor het eigen gezin en voor de gemeenschap in het algemeen. Vanuit de oorspronkelijke sociale identiteit van het gezin waaruit de mens groeit en ontwikkelt bouwt hij een eigen individuele maar ook sociale identiteit op. Het wezenlijke en wellicht ook het meest constituerende is de wederzijds zorg. (De Hongaarse psychiater Ivan Poszormenyi-Nagy zal dit later de ethiek van het geven en krijgen noemen, de ethische balans in de relaties van gezinsleden).

1° Het gezin en het huis dat tot een thuis wordt gemaakt: de betekenis van het wonen

1)Een gezin is een reisgezelschap waar mensen bijkomen en weggaan, dat zich ergens vestigt en in een huis gaat wonen dat men tot een thuis poogt te maken.

Wonen is zich vestigen om veiligheid, geborgenheid en verborgenheid te vinden tegen de natuurelementen om thuis in je element te kunnen zijn. Het is de plaats waar je u eigen kan zijn en waar je kan binnen laten die je wil en kan buiten houden die je wil. Het is de plaats van waaruit je kunt gaan leven en waar je hopelijk altijd kunt naar terugkeren.

Het is de thuis waar je het af en toe voor het zeggen hebt maar waar je je ook af en toe kan uit handen geven, waar je af en toe je sociaalmasker kan afleggen, waar je samen kan dromen en plannen maken, waar je intimiteit en je intieme seksualiteit in alle vrijheid kunt beleven maar waar je ook veilig alleen kan zijn.

Het huis waarin je als partner en als gezin leeft is steen geworden innerlijkheid met een eigen sfeer, eigen licht, eigen geur, eigen klok, eigen geluiden, eigen warmte, eigen aard, eigen buurt…

Een gezin en een thuis wordt en blijft maar een veilige en boeiende uitvalsbasis wanneer er naast het ministerie van binnenlandse zaken ook een ministerie van buitenlandse zaken het verkeer met de buitenwereld onderhoudt en er een intense uitwisseling gebeurt tussen binnen en buiten.

Vriendschappen en andere sociale engagementen zullen voor een groot deel gedragen worden door die thuis maar zullen op hun beurt voor dynamiek en soms wel eens voor dynamiet zorgen. Een open en gastvrij gezin is deugddoend voor iedereen. Maar de droom van het openhuwelijk is een illusie.

2) Belangrijke maatschappelijke tendensen en tijdsverschijnselen, of de context van het milieu en sociale leven.

– Alles kan, alles mag maar ieder zal zelf uitzoeken hoe hij in het reine komt met zichzelf, met zijn liefste omgevers en met de sociale netten waarin hij leeft. Ieder zal zelf uitzoeken hoe hij zijn samenleven vorm geeft, alle samenlevingsvormen zijn mogelijk en toegelaten.

Hoeveel je en hoe je naar binnen en naar buiten leeft met vrienden, werk en andere sociale engagementen zal en kan men zelf uitzoeken en is stof voor veel publieke discussies en debatten. Anderzijds is er een enorme over beklemtoning van de lichamelijkheid en nu ook een over beklemtonen van de relatie alsof liefde alleen een werkwoord is en een relatie maar waardevol zou zijn als ge perfect kunt communiceren en orgastische seksualiteit kunt bewerken. Een relatie kan heel waardevol zijn in zijn onvolkomenheid. Scheiden kan soms noodzakelijk zijn maar liefst toch niet te vlug want het is een van de pijnlijkste levenscrisissen die een mens kan doormaken.

-In de wetenschappelijke literatuur over gezond en wel leven wordt het laatste decennium de klemtoon gelegd op de leefsituatie van de mens en vooral op het belang van het gezin, welke vorm dit ook moge aannemen en op het belang van intieme seksualiteit.

– Tezelfdertijd wordt ontdekt hoe belangrijk het wel is werk te hebben en een zekere welstand te hebben voor gezond en wel leven. De rijkdom aan relaties is wellicht het belangrijkste naast de controle en inzicht in het leven zoals we dit nu leren in de cultuurantropologie bij de studie van ontwikkelingsculturen die soms een betere clan of gezinsstructuur hebben dan wij en die dan ook langer en wel leven.

– Gezond en welleven heeft veel te maken met verantwoordelijkheid opnemen voor zichzelf, voor zijn liefste omgevers en voor de mensengroepen waar men deel van uitmaakt. De waarden zoektocht komt terug op de voorgrond. Het zal er op aankomen samen er zin in te vinden in gezinswaarden maar ook aansluiten bij de waarden van de gemeenschap. Dit gebeurt vooral langs het gezin.

– De individualisering en globalisering, de emancipatie bewegingen met soms wat narcistische trekken zijn rode draden in de pogingen om zijn leven autonoom en zinnig te leven en te beleven. De waarden verschuivingen zijn zo massaal dat we dreigen houvast te verliezen.

– Ook de multiculturele samenleving is een rijkdom maar ook een risico. Het is duidelijk een crisis in onze betekenis van het woord.

De grootste filosofische trends verduidelijken ons wat er aan het gebeuren is. We evolueren nu van een theocentrisch denken waarbij God centraal staat, over anthropocentrisch denken waarbij de mens centraal staat, naar een ecocentrisch denken waarbij de mens ondergeschikt wordt aan de ecos, het milieu, de natuur, de kosmos. M.a.w. wij zullen niet anders kunnen dan onze eigen persoontje en ons gezinnetje te overstijgen in een bewondering en zorg voor de ons omgevende wereld en het heelal. Dit zal op zijn beurt een invloed hebben op de manier waarop wij in onze relatie en in ons gezin ons samenleven gaan kleuren.

3)De openheid op de wereld en het binnenbrengen van de wereld in het gezin.

– Het is belangrijk voor een bezielend engagement in een relatie tussen man en vrouw en tussen ouders en kinderen dat alle samen spelers ook omgaan met vrienden en kennissen, met collega’s op school en op het werk en met allerlei groepen waar men als gezin of als enkeling aan deelneemt. De engagementen of verbintenissen van de gezinsleden onder mekaar zijn hopelijk het sterkst, het meest intens en het intiemst, met eigen kwaliteiten die nergens anders te vinden zijn. We noemen dat nu in navolging van Nagy de gezinsloyaliteiten. Bloedverwantschap installeert een in schuld staan naar mekaar toe dat de generaties overstijgt en dat een wederzijdse zorg voor mekaar onontkoombaar maakt wil men goed en wel leven.

– Cocoonen met open venster of de invloed van buitenstaanders op het gezin heeft een veelheid van wegen. De openheid van het gezin en de wederzijdse beïnvloeding van binnen en buitenwereld verloop vooral langs:

+ de kinderen, de crèche, de school, de jeugdbeweging,

+ de werksituatie, werkrelaties en de beroepsgroepen,

+ de religieuze gemeenschap,

+ de politieke kleur en partij,

+ de verkoopswereld,

+ de vrijetijdsgroepen,

+de vormingsprogramma’s,

+de media middelen

+ internet…,

en vooral langs de alles doorkruisende vriendschappen en eventueel therapeuten en gezondheidswerkers waarbij we in nood terechtkunnen en die ons hopelijk respecteren in onze poging om met en in ons gezin ons leven zo goed en zinnig mogelijk te leven.

4)De balans tussen cocoonen en openheid is een evenwicht in beweging. Doorheen de levensloop ligt het ene moment het accent op cocoonen en het andere moment op het leven naar buiten..

Het leven evolueert

– van de totale cocooning, (conceptie en zwangerschap)

– over een cocooning thuis, (kindertijd in het nest)

– over het leven in de buitenwereld, (eerste schooldag en puberteit)

– naar een cocoonen met twee, (het trouwen of samenleven)

– over een gezin dat naar buiten gaat leven, (gezin met kinderen)

– naar een cocoonen met twee of niet? (lege nest)

– tot een terug cocoonen bij de kinderen en in de dood, hopelijk wordt u dan een prettige herinnering.

Hierbij past een wens.Ik wens u toe dat u er in lukt een zo warm mogelijk nest te maken voor u, voor uw partner en voor uw kinderen, waar vrienden en mensen welkom zijn maar waar andere en intiemere spelregels gelden dan daar buiten. Ik wens u toe dat vrienden en anderen u daarbij respecteren en steunen.

Ik wens u vrienden, collega’s, buren en kennissen toe waarbij je een goed voelen vindt dat u helpt uw leven in al zijn facetten te kunnen beleven en dat u zo kunt meemaken wat er mee te maken is in dit menselijk leven. Ik wens u toe dat je bij hen respect en sterkte vindt om uw thuis tot een waardevol nest te maken om zo waardevol en betekenisvol te worden voor alle mensen.

Ik wens u toe dat u zo’n goede thuis hebt en dat je zo’n goede vrienden hebt dat u iemand geworden bent bij wie mensen houvast vinden en bij wie ze zich goed voelen als ze u op één of andere manier ontmoeten.

2° Het werken en de structurerende kracht van werken voor gezond leven

Sigmund Freud stelt dat gezond leven een leven is van iemand die kan werken en beminnen.

Als een mens wil kennis maken met iemand vraagt hij de naam, maar zeer snel zal hij vragen wat je doet. Dit zal in grote mate bepalen of men nog iets te maken wil hebben met u of niet.

Het soort studie en het soort werk geeft u niet alleen een sociaal gezicht maar zal ook in grote mate mee bepalen of je mag meedoen of niet, of je er bij hoort of niet.

Werk of studies betekent niet alleen een sociaalstatuut maar is ook een structurerende factor in het persoonlijke leven en in zijn gezinsleven.

Creativiteit is wellicht, naast de persoonlijke verantwoordelijkheid, het wezenlijke van gezond leven. De verantwoordelijkheid is het ethisch moment en de creativiteit is de inhoud waarover het eigenlijk gaat. Deze creativiteit wordt op de eerste plaats uitgeleefd in beantwoorden van de vragen die van de andere mensen komen (relatie betekent beantwoorden), even wezenlijk maar toch op de tweede plaats is de zorg opnemen voor zichzelf en voor de anderen in het bewerken en verwerken van de natuur om deze ter beschikking te stellen van de mens.

Werken en arbeiden als symboliserende en denkende mens is naast het houden van en samenleven één van de meest menselijke en mens constituerende activiteiten. De werkelijkheid wordt maar menselijke werkelijkheid in het denken en handelen van en door de mens.

In het arbeiden en werken is de mens niet overgeleverd maar onderwerpt de brute natuur aan zijn bezieling. De aarde wordt een wereld vol met betekenissen die in het spreken en in het arbeiden in de werkelijkheid ontstaat

Gezond leven heeft heel veel te maken met dit creatief en scheppend bezig zijn met de dingen om het leven van inhoud te voorzien en het deel te maken van een menselijk verhaal.

Wanneer in de gezondheidszorg de mens, omwille van ziekte ontslagen wordt van werken en zorg voor zijn liefste omgevers wordt hij bevestigd in zijn ziek zijn en wordt hij iemand die er niet op een gewone manier bij hoort , maar als een zieke. De ziek verklaarde mens en de gehandicapte mens worden meestal dit statuut gegeven omdat hij niet of niet meer bijdraagt tot het economisch productieproces.

De therapeutische waarde van werk wordt nog onvoldoende door de gezondheidswerkers en vooral door de artsen erkend.

Genezen en rehabilitatie wordt vaak gedragen door “terug” de opgaven van het werk op te nemen. In het en rehabilitatie proces zal de mens hopelijk terug de kans krijgen om te werken en zal hij moeten geholpen worden geleidelijk aan terug er bij te horen, nu niet als zieke maar als valide werknemer. Ook de andersvaliden, met al hun tekorten moeten de kans krijgen en geholpen worden om op hun eigen manier bij te dragen tot het economisch productieproces.

In de gezondheidszorg kan op verschillende wijze met het werk gewerkt worden om de gezondheid te bevorderen.

– De werksituatie van de mens kan een gezonde basis zijn en context voor zijn behoud van zijn gezond leven of voor zijn herstel.

– Men kan de mens leren te werken of terug te werken om er zo bij te horen.

– Het werk kan als diagnostisch middel gebruikt en bekeken worden om zowel zijn lichamelijk, als psychisch, als sociaal en moreel aandeel in zijn gezondheidsproblemen.

– Het werk kan ook gebruikt worden als therapeutisch middel om het lichamelijk, psychisch, sociaal en moreel functioneren te bevorderen.

– De bijdrage van de totaal geïnvalideerde zal wellicht toch op zijn manier iets geven aan de liefste omgevers en de gemeenschap en zal gedragen moeten worden door een totaalzorg die de dieren wereld niet kent maar een wezenskenmerk is van de menselijkheid van de mens.

Vierde Deel: De veranderingen in de gezondheidszorg in de twintigste eeuw

Ik geef U een schets, een beeld van de grote veranderingen die wij de laatste decennia in de gezondheidszorg meemaken. Ik doe dit aan de hand van 7 evolutielijnen, die als gemeenschappelijke noemer hebben:

een poging tot humanisering, tot vermenselijking, waarbij de grote complexiteit van het menselijk leven, dus ook van de gezondheidszorg, meer tot zijn recht komt.

In die betekenis evolueert de gezondheidszorg naar een beter geïntegreerde en integrerende aanpak.

* Betere integratie van de menselijke persoon

* Betere integratie van het hulpverleningsaanbod

* Betere integratie in de leefwereld van de mensen met moeilijkheden.

Integratie betekent fundamenteel een hogere en beter ordening van de gegevens, waarin alle elementen hun juiste plaats krijgen in het geheel. De versnippering door de superspecialisatie wordt terug ‚één gemaakt. De mens in al zijn facetten wordt in eer hersteld.

Nogmaals : de eigen persoonlijke verantwoordelijkheid is daarin het kernstuk of sluitstuk.

Eerste evolutielijn.

In het geneeskundig model waarmee men ziekten benadert, blijft er een bewaking, verzorging en zelfs een magisch moment, aansluitend bij het niet medisch denken van het verre verleden. Alleen de specialist zou de ziekte kennen. De hulpverlener, vooral de dokter dan, kijkt toe dat alles goed zou verlopen. Hij bewaakt en verzorgt en hij laat zich daarbij helpen bvb. door een verpleegkundige. Ziekte is een dokterszaak. Dit is al een hele verbetering tegenover de tijd dat de zieken als slecht en gevaarlijk uit de gemeenschap verwijderd werden (denk maar aan de pestlijders, maar ook aan de waanzinnigen en nu het risico voor de aids lijders).

Ziekte was vaak een reden tot uitstoting uit het maatschappelijk leven. Dit taboe van de ziekte en vooral van de “geestelijke ziekte” is nog altijd actief. Ofwel is men slecht ofwel is men heilig, maar in beide gevallen hoort men er niet bij en men wordt afgezonderd (in een kliniek of in een instelling). Recent is er een evolutie te merken waarbij de integrale benadering van de mens op de voorgrond komt. De opdracht van de hulpverlener blijft nog steeds een bewaken en verzorgen van deze zieke mens, maar er worden pogingen gedaan om “het genezen van de ziekte” te overstijgen in een begeleiden van een mens met moeilijkheden (lichamelijk, psychisch en sociaal) in heel zijn complexiteit.

Zo zijn de hulpverleners geëvolueerd van bewakers en verzorgers, over dokters en verpleegkundigen naar een veelheid van hulpverleners die elk hun eigen facet vanuit hun eigen discipline aan deze mens aanbieden in een poging om dit complex persoonlijk gebeuren van ziek zijn (als men het dan nog zo noemt) te helpen verwerken.

Tweede evolutielijn.

Wanneer “ziekte” vroeger voorbehouden was voor lichamelijke aandoeningen, (lichamelijke verklaringswijze) werd in de achttiende eeuw het woordgebruik uitgebreid naar geestesziekte. Zelfs sociale problemen worden als ziekte benaderd.

Maar ook het omgekeerde gebeurt. Wanneer men vroeger bijna uitsluitend het lichaam in zijn falen als oorzaak van ziekte zag, werden begin van deze eeuw (Sigmund Freud) niet alleen de geestesziekte maar zelfs lichamelijke ziekten begrepen vanuit stoornissen in de affectieve en in de intermenselijke sfeer. M.a.w. de psychologische verklaringswijze was geboren. Men kan ziek worden maar ook geholpen worden door het ter sprake laten komen van het onbewuste of van wat men wel beseft, maar negatieve rol laat spelen in zijn leven, waardoor een goed functioneren bemoeilijkt wordt.

Een verdere stap werd midden in vorige eeuw gezet wanneer men ging begrijpen dat gewone sociale omstandigheden, bvb. een partner met wie men leeft, aanleiding konden zijn van slecht functioneren en van ziekte. De werksituatie wordt vaak als verklaring voorgesteld o.a. van stress, een nieuw begrip maar wat weinig ernstig begrijpbaar maakt. De sociale verklaringswijze was geboren. De mens reageert niet alleen op zijn omgeving. Actueel is een goede hulpverlener iemand die met de drie benaderingswijzen rekening houdt en ter hulp roept om begrijpbaar te maken wat er met die concrete (zieke) mens in zijn leven gebeurt. Zowel het lichamelijke als het psychische en het sociale dient in zijn betekenis voor de moeilijkheden begrepen te worden. Een geïntegreerde benadering noemt men dat.

Wanneer men de mens in al zijn facetten wil begrijpen en de ziekte, om ze te verhelpen of te verbeteren, wil “vatten” dan is de ontgoocheling groot wanneer men dit op een “objectiverende”, in stukken kappende, verklarende benadering probeert. Essentieel wordt dan een begrijpen dat naar de zin zoekt. Het wordt dan een “subjectiverende” benadering waarbij men een reeks betekenisvolle verbanden zoekt die begrijpbaar maken wat er gebeurt.

De waarden die voor deze mens (die ziek is !?) belangrijk zijn, zullen zeker een rol spelen in dit (genezing) proces van omgaan met zijn moeilijkheden en mogelijkheden. Wanneer iemand gelooft in waarden van een hogere orde dan het lichamelijke, psychische en sociale, moet ook dit waarden streven of de zingeving problematiek van deze mens in rekening worden genomen bij het helpen en begeleiden. Ik denk dat we hierbij veel van de Oosterlingen kunnen leren. Wellicht is depressief zijn de geïntegreerde ziekte die op de vier niveaus te begrijpen is. Het kern moment is het geen zin meer vinden in het leven zich lichamelijk, psychologisch en sociaal uitend.

Derde evolutielijn.

De laatste decennia merken we een actieve poging om de hulpverlening van mensen met moeilijkheden of zieken steeds te differentiëren, uit mekaar te halen wat hun leeftijd betreft. Zo hebben we nu settings, klinieken of centra voor kinderen, pubers, volwassenen en de laatste jaren een duidelijke “afzondering” of speciale behandelingsafdelingen voor bejaarden. Deze opsplitsing was en is wellicht noodzakelijk wanneer de hulpverlening erg gespecialiseerd en erg technisch is. Maar, wanneer we gaan beseffen dat ziek zijn geen éénpersoonsaangelegenheid is, maar ook een interpersoonlijk gebeuren, dan zien we nu reeds pogingen om deze opsplitsing ongedaan te maken en het gezin als belangrijkste maatschappelijke kern te revaloriseren in het hulpverleningsproces. Zo wordt reeds door enkele huisartsen de keuze gemaakt dat ze “gezinsarts” zijn en zo wordt in de geestelijke gezondheidszorg het systeemdenken met veel nadruk in de hulpverlening binnengebracht. Dit laatste is een poging om het gezin als probleem en dragen van ziekte in zijn geheel te behandelen. Ook de thuiszorg kan begrepen worden om dit uit mekaar halen qua leeftijd overstegen wordt.

Vierde evolutielijn.

Bij de volkse benadering van ziekte werd de zieke niet of zo weinig mogelijk weggenomen uit zijn milieu tenzij het taboe hem verdreef naar de rand van de maatschappij. De super gespecialiseerde technische geneeskunde haalde de mensen weg uit hun leefmilieu om ze op te nemen in “witte” ziekenhuizen waar de (rustverstorende) omgeving en familie vaak op afstand werden gehouden. Recent beseft men het belang van het natuurlijk milieu en van de eigen leefsituatie. Dit maakt dat de mens met moeilijkheden zoveel mogelijk in zijn leefsituatie gehouden wordt en dat de mensen die met hem leven betrokken worden in de behandeling. Dit is niet alleen zo omdat de kliniekverblijven bijna onbetaalbaar geworden zijn, maar ook omdat men weet de het ziek zijn en moeilijkheden hebben een zaak is van de persoon en zijn omgeving die samen moeten geholpen worden.

De bevalling wordt bvb al vaak gedemedicaliseerd en er worden pleidooien gehouden en initiatieven genomen voor de (goed begeleide) thuisbevalling. Als het enigszins kan, zal de patiënt thuisblijven en allerlei voorzieningen komen opgang om de thuisbegeleiding realistisch haalbaar te maken. De thuiszorg zal meer en meer gestimuleerd worden niet alleen omwille van financiële besparingen maar ook en vooral om therapeutische redenen.

Men geneest veel beter thuis als het ten minste een goede thuis is en men loopt er veel minder risico op besmetting. Hopelijk kan men ook thuis sterven bij de liefste omgevers met voldoende betaalde zorg.

In de psychiatrie is deze evolutie hopelijk niet meer te stuiten. Vroeger werden de mensen bewaard in asielen en instituten. Nadien ging men ze behandelen in klinieken. Actueel spreekt men van een begeleiding in een centrum maar ook als het enigszins kan, zal men de patiënt of cliënt thuis laten en diegenen die opgenomen zijn (hopelijk) zo snel mogelijk en wanneer het voor hen goed is, in een huiselijk milieu begeleiden en vandaar uit de behandeling doorvoeren.

Vijfde evolutielijn.

De volkse benadering van vorige eeuwen werd de laatste eeuw vervangen door een uitgesproken technische geneeskunde die meer en meer buiten het leven van de gewone mens kwam te staan. De hulpverlener en de geholpen mens trachten naar, hopen op en werken voor een menselijke gezondheidszorg. Hopelijk gebeurt dit niet als een maquillage waarbij het gebeuren een menselijk gezicht gegeven wordt, maar is het een menselijk technisch gebeuren van aan de basis. De humanisering van de technische gezondheidszorg bestaat hopelijk niet alleen in een vriendelijk gezicht van de hulpverlener, maar in een omgaan van twee mensen die trachten gezond te leven. De mens zal dit gezond leven normaal klaren in samenwerking met de liefste omgevers en die zich soms moeten laten helpen door een therapeut (Grieks voor dienaar, dienstknecht). Soms kan iemand dus een beroep doen op een gelijke in waarde, maar een meerdere in technische kennis van wat in dit concreet geval kan aangeboden worden, maar de “cliënt” en” patiënt” beslist zelf – op basis van zij eigen beleven aangevuld met de technische kennis van de hulpverlener – wat hij aan en voor zijn gezond leven zal doen. Dit wil dan ook zeggen “menselijk”, in de betekenis van lukken en mislukken.

De kwaliteit van het leven wordt hopelijk niet bepaald door de technieken die helpen bij het functioneren, maar door de mens zelf. Indien deze vermenselijking niet al te best lukt dan begrijpen wij zeer goed de mensen die (terug)grijpen naar alternatieve geneeswijzen. Het gaan aanleunen bij de Oosterse gezondheidstechnieken is dan erg verleidelijk omdat deze meer oog hebben voor de totale (ook religieuze) mens, waarbij dan de ontgoocheling in de alles belovende geneeskunde vervangen wordt dor een zich uit handen geven aan diegenen die alle heil beloven en vooral suggereren. Het taboe dat na al eeuwen op ziekte rust, doet zieken uitstoten als slechten of als heiligen. In onze tijden tracht men het taboe te vermenselijken in de betekenis dat begrijpen komt in plaats van verwerpen en dat wetten, rechten en plichten van zieken en vooral van zogezegde psychische zieken hen hun juiste plaats toekennen in de maatschappij. Hoe beter de “anderen” begrijpen, hoe minder angst de anderen hebben, hoe meer de “zieken” of “de mensen met moeilijkheden” of bijvoorbeeld de seksueel anders georiënteerde zoals homofielen, transseksuelen er mogen bijhoren. Dit is een vermenselijking die veel dieper gaat dan een humane opvang in een ziekenhuis.

Zesde evolutielijn.

De gezondheidszorg van de laatste eeuw was erg individualistisch. Het ging meestal over één dokter die één patiënt behandelde.

Groepsbehandeling of een behandeling door verschillende (soorten) helpers en verscheidene mensen samen is een vorm van gezondheidszorg die de laatste decennia opgang maakt.

Anderzijds herkennen wij in het verleden een zekere vorm van collectivisme in de gezondheidszorg. Iedereen is gelijk ondergeschikt aan het hoger medische doel. Dit was erg duidelijk in de psychiatrische instellingen waar de mensen in hun individualiteit soms nog weinig aan bod kwamen. Ook hierin brengt de verdere humanisering een grote verandering. Steeds meer zien we de hulpverleners in groep werken met groepen van mensen met moeilijkheden waarbij het individuele een sterke kans en veel aandacht krijgt. De verandering is nochtans nog fundamenteler. Het wordt niet alleen een geïndividualiseerde aanpak en groepsaanpak maar ook het “systeem” als dusdanig wordt geviseerd. Vanuit de cybernetica wordt ook in de gezondheidszorg met “de relaties” zelf gewerkt. De manier van omgaan wordt hulpverleningsmiddel. De omgang tussen hulpverlener en geholpene mens wordt een essentieel deel van het therapeutisch proces. De manier van omgaan met de cliënt en de helper zal in grote mate meebepalen hoe goed de cliënt of de patiënt geholpen wordt. Het kan zijn dat een “rare” chirurg die perfect kan snijden, beter is dan een menselijke chirurg die niet goed kan opereren. Maar de grootste kans op een goed verloop van het genezingsproces wacht de hulpverlener en de cliënt die samen hoopvol staan tegenover het overwinnen van de ziekte. De kwaliteit van deze manier van omgaan is nu bepalend voor het genezingsproces. Het is zelfs in vele gevallen zo dat de goede (technische) kwaliteit van omgaan van de hulpverlener met de cliënt genezend en gezond makend werkt.

Dit is zeker waar voor de relatie van een psychotherapeut met zijn cliënt. Zo zegt men bijvoorbeeld dat de dokter zelf, zijn persoon en zijn manier van omgaan met de cliënt het belangrijkste medicament kan zijn.

Samengevat: de hulpverleningsrelatie zelf wordt meer en meer instrument van hulpverlening.

Een andere poging tot doorbreken van de individuele aanpak is de “Avidence Based Medecine and Therapy” waarbij de klinisch behandelaar verplicht wordt zich bij elke individuele casus te verdiepen in het wetenschappelijk onderzoek omtrent diagnose en behandeling.

Zevende evolutielijn.

De meest wezenlijke verandering is de trend, de mens zijn verantwoordelijkheid voor zijn gezondheid te laten en zelfs te stimuleren. De gezondheidszorg wordt een zichzelf behelpen van de cliënt, zelfhulp in de meest letterlijke zin van het woord. Dit wil dan niet alleen zeggen dat de patiënt wat informatie krijgt over zijn behandeling, maar dat deze cliënt wordt geacht zelf te beslissen en zich te informeren over wat er moet en kan en zal gebeuren. De gespecialiseerde hulpverlener kan hem daarbij helpen. M.a.w. de hulpverlener wordt meer en meer een helper bij een zichzelf behelpende mens. In de psychologische begeleidingen ontstaan er zelfs technisch-wetenschappelijk verantwoorde manieren van doen die juist deze zelfhulp stimuleren.

U merkt dat zulke kijk op de gezondheidszorg aansluit bij de fundamenteel humanistische visie op de mens die gelooft in de opbouwmogelijkheden en de gezonde krachten van de mens. Niet zo naïef dat men niet of nooit zou moet ingrijpen, maar wetende dat de opbouwende krachten in de mens zelf het belangrijkste zijn.

Ik geloof dat de meeste mensen wel weten en voelen wat best voor hun gezondheid is en voldoende openheid hebben voor technische hulp.

De mensen zijn realistisch genoeg en moeten niet beleerd worden door hen die “het weten”. We kunnen de mensen wel helpen bij het duidelijker begrijpen van wat zij reeds vaag beseffen.

De toegang tot het internet en de gevulgariseerde maar ook wetenschappelijke literatuur zal de patiënt en de mens beter wapenen in zijn zelfzorg en in zijn zich laten helpen door een professioneel.

De specialist kent zijn specialisme en het is de cliënt die als belangrijkste belangenpartij de informatie zoveel mogelijk verzamelt en integreert in zijn leven en die de beslissingen zal nemen die in het kader van zijn levensdoelen moeten genomen worden.

Vijfde deel: het beroepsmatig helpen en geholpen worden in de gezondheidszorg

Wanneer U na het lezen van deze bijdrage blijft vasthouden aan een denken over gezond leven dat een “geneeskundig” denken is, dan hoop ik dat er toch een kleine correctie gekomen is waarbij U gaat denken aan een “gezondheid van de totale zich ontwikkelende mens” en waarbij U de crisis een kans kan geven.

Wanneer U dan hulp inroept van een deskundige hulpverlener houdt U best ook in de gaten in welke levenscrisis u zich bevindt maar ook uw hulpverlener zich bevindt. Dit maakt het mogelijk dat U de “goede adviezen” die hij of zij U wil opdringen, kan relativeren. Adviezen worden zo vaak eerder passend bij zichzelf dan bij de andere gegeven.

Indien ik zou schrijven voor de hulpverlener zou ik tot slot stellen dat “een crisis” die al dan niet uitgelokt werd door een erge gebeurtenis, niet noodzakelijk negatief moet zijn en niet uit de weg moet gegaan worden. Men moet het pijnlijke niet altijd verzwijgen, ook niet aan een mens die in moeilijkheden zit. Deze mens “beseft” het wel en probeert samen met de anderen en zijn omgeving en met zichzelf vaak een verbergend spel te spelen.

Confrontatie en begeleiding na inschatten van de draagkracht, kunnen constructief (opbouwend) zijn en de gezondheid bevorderen.

Bij het zoeken naar hulp voor uw moeilijkheden maak ik nog enkele bedenkingen.

* De verantwoordelijke voor uw gezondheid, dus ook voor uw gezondheidszorg, bent uzelf. U kunt U daarbij laten helpen door een veelheid van hulpverleners maar geef hun het statuut van helper. Wanneer u uzelf toch uit handen moet geven, vraag zoveel mogelijk informatie over uw toestand en over de manier en de middelen die u kunnen helpen.

* Kies de juiste helper en kies een setting waar U als persoon het best gerespecteerd wordt.

Kies een sociaal werker voor uw sociale problemen,

kies een psycholoog of psychotherapeut voor uw psychologische problemen

kies een medicus voor uw lichamelijke problemen.

Laat U daarbij helpen door een goede huisarts die minstens naar U luistert en oog heeft voor de problemen die U tracht te verwoorden.

Laat U, indien nodig, verwijzen naar een specialist of andere hulpverlener met voldoende informatie over wat U te wachten staat.

Informeer uzelf over het hulpverleningsaanbod.

* Durf uw vragen stellen in de taal die het meest aangepast is. Tracht, indien mogelijk, de omweg langs allerlei lichamelijke klachten te vermijden wanneer het om een psychisch of sociaal probleem gaat. Wanneer het een affectief probleem is dat gepaard gaat met allerlei lichamelijke klachten, vraag uw hulpverlener dat hij U helpt zoeken naar de zaken waar het allemaal verband mee kan hebben. Kijk naar de levenscontext waarin u ziek werd. Weegt uw rugzak niet te zwaar?

* Deze manier van problemen te begrijpen zal uw gezondheid in grote mate bevorderen en kan erg kostenbesparend werken. De technisch lichamelijke onderzoeken zijn vaak erg kostelijk en nutteloos.

* Durf de vraag voor uzelf stellen wanneer U het moeilijk hebt met een “liefste omgevers” en werk er samen aan! Dit geldt niet alleen voor emotionele of relationele moeilijkheden. Lichamelijke gezondheidszorg is vaak een aangelegenheid van heel het gezin.

* Gezond leven is een zaak van gezond verstand. Gezond verlangen, gezond voelen, gezond handelen en gezond omgaan is wellicht even belangrijk als, en zelfs noodzakelijk voor, een gezond lichaam.

De gezondheidszorg is in ieder geval zulk een complexe aangelegenheid dat een herleiden van de zorg tot een ziektezorg erg ziekmakend kan zijn. Wanneer u van uw hulpverlener respect vraagt voor deze complexiteit en hem helpt om U goed te helpen dan maakt U hem tot een goede hulpverlener voor u.

* Gezondheid is een zaak van het gezonde verstand, gezondheid is een zaak van het volk, van u en van mij. Gezondheidszorg is een menselijke onderneming d.w.z met mogelijkheden en tekorten en dus voor verandering vatbaar. Maak met uw hulpverlener een gezonde en deugddoende crisis mee van de gezondheidszorg, die de meeste kans geeft aan de hele mens.

Bibliografie

Aakster, C.W. (1974), Sociologie en Gezondheidszorg, Beeld en toekomstbeeld. H.D.

Tjeenk Willink, Groningen.

De Smet, R. en F. Verhoelst (1979), Huisarts – Gezinsarts. Hanu, 7, p. 16O-174.

Diekstra, R.F.W. (1984), Geestelijke gezondheid voor iedereen in 2OOO ?

De Psycholoog, jrg. XIX, nr. 3, p. 1O2- 1O9.

Diekstra, R.F.W. (1994) Het geestige lichaam, Bruna, Utrecht.

Friedman, H.H. (1979). Fatgue. In Friedman, H.H. (Ed.), Problemoriented medical

diagnosis (p. 5-7). Boston : Little, Brown and Co.

Girard, R. (1986), De Zondebok. Koh Agora, Kampen, Pelckmans, Kapellen.

Gezin en gezondheid, ned. vertaling van “Mayo Clinic Family Health Book.- New York,

Cambium, 1990.

Dethlefson, T., Dalke, R., 1984, De zin van ziekzijn, Ankh-Hermes- Deventer.

Die Zehn Phasen einer Ehe, in Die Familie, 14/93,141-146.

Hattinga Verschure, J.C.M. (1971), Patiënt, Ziekenhuis, Gezondheidszorg op weg naar

2OOO. Agon Elsevier, Amsterdam, Brussel.

Hermans, H.J.M. (1974), Waardegebieden en hun ontwikkeling.

Swets en Zeitlinger, Amsterdam.

Huygen, F. (1978), Family Medicine. Nijmegen, Dekker en Van de Vegt.

Illich, I. (1978), Grenzen aan de geneeskunde. Het Wereldvenster, Baarn.

Kast, V. (1988), Crisis als kans. Lemniscaat, Rotterdam.

Kovel, J. (1978), Psychotherapie, een oriëntatie. A.W. Bruna en zoon, Utrecht, Antwerpen.

Kuiper, P.C. (1976), De mens en zijn verhaal.Athenaeum -Polak en van Gennep,Amsterdam.

Lukas, E. (1983), Je gezin, je houvast. De Nederlandse Boekhandel, Antwerpen.

Lynch, J. (1985) Het gebroken hart, de medische gevolgen van eenzaamheid, Bohn,Scheltema en Holkma, Utrecht/Antwerpen.

Mendelsohn,R.S. (Dr) 1980) Dokters: larie, leugens en legenden..! Merlijn-boeken

Pollak, K. (1986), Alska mej – love me. (Film), Zweden.

Rapoport, R.N. (196O), Community as doctor. Social Science Paperbaks, London.

Sagan, A.L. (1988), Het gezin als hoeksteen van de gezondheid. Waarom mensen werkelijk langer leven. Vertaald door Chaos uit The Sciences.

Sheehy, G. (1976), Passages, Predictable crises of adult life. Bantam Book.

Smits, A. en F. Huygen (1986), Huisarts – Gezinsarts. Utrecht, Bunge.

Stotland, E. (1969), The psychology of hope. Jossey – Bass, San Francisco.

Van der Hart, O. (1981), Afscheidsrituelen in psychotherapie. Baarn : Ambo.

Vander Kerken, L.(1982, Een filosofie van het wonen, Nederlandse Boekhandel, Antwerpen.

Verhoelst, F. (1978), Family Medicine. Wetenschappelijke Tijdingen, M.C.H. Leuven, 47, p. 167-178.

Verhoelst, F. (1978), Psychische aspecten van de revalidatie. Werkverlet en

arbeidsongeschiktheid. Ac. Centrum voor Huisartsen, Leuven.

Verhoelst, F. en M. Van Pelt (1979), Arbeidsongeschiktheid, Schoolongeschiktheid, huisarts en revalidatie. Wetenschappelijke Tijdingen, M.C.H. Leuven, 62, p. 38O-395.

Verhoelst, F. (1979), Het mindervalide kind in zijn relatieleven. Congresboek van de

Nationale Federatie van revalidatiecentra, Brussel.

Verhoelst, F. (1983), Hulpverlening aan een depressieve mens vanuit hermeneutisch

perspectief. In Beer, R. en H.S.F. Mulders (red.) Psychologische benaderingswijzen van depressie. Swets en Zeitlinger, Lisse, p. 167-18O.

Verhoelst, F. (1985), Psychologische indicatiestelling : ‘Een procesbegeleiding bij de cliënt’. Een psychoanalytische procedure. In Ponjaert, I. en H. Vertommen (edr. Therapiegerichte diagnostiek). Acco, Leuven, p. 291-3O5.

Verhoelst, F. (1985), Evolutie in de gezondheid en welzijnszorg en de revalidatie. In

Congresboek van de Vlaamse Federatie van Psychiatrische Revalidatiecentra, Oostmalle.

Verhoelst, F. (1985), Gezond leven, Leven met gezond verstand. Facultatief Turnhout, 13, 5O, p. 2-6 ; 51, p. 1-7 ; 52, p. 1-7.

Verhoelst, F. (1985), Zelfdoding en menswaardig sterven. Begeleiding van zelfdoding tot menswaardig leven en sterven, een psychologisch en een ethisch probleem voor de hulpverleners.

In Congresboek, Ethische aanspreekbaarheid. V.V.I. Leuven, Deel II, p. 114-121.

Verhoelst, F. (1987), Gezond leven en afscheid nemen in de normale levenscrisissen.

Mensen onderweg, Leuven, 9, p.2-5.

Verhoelst, F. (1988), Gezond leven, afscheid nemen in de normale levenscrisissen en het gezin als hoeksteen van dit gezond leven.

Wetenschappelijke Tijdingen, M.C.H. Leuven, 27, p. 185-191.

Verhoelst, F. (1988), Gezond leven en een weldoende crisis in de gezondheidszorg.

Wetenschappelijke Tijdingen, M.C.H. Leuven, 29, p. 212-217.

Verhoelst, F. (1988), Wanneer lichamelijke ziekte iets zegt over levensproblemen bij het doormaken van de normale levenscrisissen van de mens en zijn gezin.

Wetenschappelijke Tijdingen, M.C.H. Leuven, 31, p. 259-265.

Verhoelst, F. (1989), Het gezin, hoeksteen van gezond leven.

Wetenschappelijke Tijdingen, M.C.H. Leuven, 33.

Verhoelst,F.(1984),Psychiatrie,een taboe ook voor de familie?

Oostland,Eeklo,13,2,p.2-3.

Verhoelst, F. (1985), Psychologische indicatiestelling : ‘Een procesbegeleiding bij de cliënt’. Een psychoanalytische procedure. In Ponjaert, I. en H. Vertommen (edr. Therapiegerichte diagnostiek). Acco, Leuven, p. 291-3O5.

Verhoelst, F. (1985), Evolutie in de gezondheids- en welzijnszorg en de revalidatie. In

Congresboek van de Vlaamse Federatie van Psychiatrische Revalidatiecentra, Oostmalle.

Verhoelst, F. (1985), Gezond leven, Leven met gezond verstand. Facultatief Turnhout, 13, 5O, p. 2-6 ; 51, p. 1-7 ; 52, p. 1-7.

Verhoelst, F. (1985), Zelfdoding en menswaardig sterven. Begeleiding van zelfdoding tot menswaardig leven en sterven, een psychologisch en een ethisch probleem voor dehulpverleners.

In Congresboek, Ethische aanspreekbaarheid. V.V.I. Leuven, Deel II, p. 114-121.

Verhoelst, F. (1987), Gezond leven en afscheid nemen in de normale levenscrisissen.

Mensen onderweg, Leuven, 9, p.2-5.

Verhoelst, F. (1988), Gezond leven, afscheid nemen in de normale levenscrisissen en het gezin als hoeksteen van dit gezond leven.

Wetenschappelijke Tijdingen, M.C.H. Leuven, 27, p. 185-191.

Verhoelst, F. (1988), Gezond leven en een weldoende crisis in de gezondheidszorg.

Wetenschappelijke Tijdingen, M.C.H. Leuven, 29, p. 212-217.

Verhoelst, F. (1988), Wanneer lichamelijke ziekte iets zegt over levensproblemen bij het doormaken van de normale levenscrisissen van de mens en zijn gezin.

Wetenschappelijke Tijdingen, M.C.H. Leuven, 31, p. 259-265.

Verhoelst, F. (1989), Het gezin, hoeksteen van gezond leven.

Wetenschappelijke Tijdingen, M.C.H. Leuven, 33.

Vertommen, H., en J. Leyssen (1988), Vermoeidheid : van onhanteerbaar symptoom tot diagnostisch waardevolle gevoelstoestand.

Tijdschrift Klinische Psychologie, 18, 1, p. 35-56

Verhoelst, F., Geslachtelijkheid en seksualiteit, crisis en keuze

Begeleiding van mensen met “seksuele” en met “geslachtelijke” problemen in de algemene klinisch psychologische praktijk.

In I. Ponjaert en al. Psychologen over seksualiteit, Acco, 1988, p. 153 -161

Verhoelst, F., Gezond leven in een psychiatrisch centrum

In verslagboek Symposium 20 jaar psychiatrische revalidatie in Vlaanderen

27 oktober 1989, p. 51 – 67

Verhoelst, F., De psychologische benadering van een moe mens.

Bijblijven, 7/1991, nr. 7 (reeds op internet te vinden NL zoekterm op Google verhoelst)

Verhoelst, F., Wonen: meer dan een dak boven je hoofd.

Interview door Ria Taveirne,

Similes, Heverlee, 17 nr. 71 (1995) 1, p. 11 – 15

Verhoelst, F., “Living healty with severe burn injuries”, congrestekst, Leuven 1987

Verhoelst, F., Het zal je als ouder maar overkomen

Similes, juni 2000.

Verhoelst, F., Artsen met Psychische Problemen.

Huisarts Nu 32/3 april (2003) p. 152 – 157

Verhoelst,f., “De mens en zijn seksuele identiteit”,

“één van de geheime ontwikkelingsverhalen van de mens”

Antenne, 22ste jaargang, nr. 3 (2004), p. 24 – 29

Verhoeven, C. (1982), Een filosofie van het enthousiasme.

De Nederlandse Boekhandel, Antwerpen – Amsterdam.

Vertommen, H., en J. Leyssen (1988), Vermoeidheid : van onhanteerbaar symptoom tot diagnostisch waardevolle gevoelstoestand.

Tijdschrift Klinische Psychologie, 18, 1, p. 35-56

Viorst, J., (1987), Noodzakelijk verlies. Anthos.

Vroon, P., (1990) ,Kop-zorgen, Ambo.

Vroon, P., (1997) , Prutswerk, 40 klachten aan de schepper, Ambo, Amsterdam

Alle suggesties of bemerkingen omtrent vorm en inhoud van deze cursus zijn welkom.

Drs. Fons Verhoelst

Kerkweg 10

3212 Pellenberg

Tel: 016 46 27 32

Fax: 016 46 45 10

E-mail: fonsverhoelst@skynet.be

Website : www.psychotherapeut.verhoelst.com

www.gezondheidspsycholoog.verhoelst.com

Gepubliceerde teksten en bibliografie: